Roeptoeteren

Aan de hand van de uitspraken van een kerkelijk leider via seksuele perversies, de Holocaust en de teloorgang van links naar het einde der tijden.

Een longread

De favoriete bezigheid van menig politicus, BNer en anonieme burger. Je vindt ergens wat van, je flanst vervolgens een kort berichtje in elkaar en stuurt het de wereld in. Ik doe dat ook en met succes. Geheid dat er iemand is die zich er (al dan niet terecht) aan stoort of de absurditeit van het geschrevene weet aan te tonen. Maar goed ik ben een anonieme burger met ongeveer (het fluctueert wat na elk bericht) 50 vrienden op Facebook. Veel invloed zullen mijn obscure meninkjes dus niet hebben.

Ernstiger wordt het wanneer mensen die daadwerkelijk invloed hebben zich op deze manier gaan gedragen. De mening van Gerard Joling over de vluchtelingencrisis weet iedereen nog wel op zijn waarde te schatten. Anders wordt het wanneer Wilders of Trump zich te buiten gaan aan abjecte en bewust beschadigende berichtjes. Hoewel deze roeptoeterij enkel en alleen bedoeld is voor de eigen achterban, maakt de herhaling in verschillende variaties de abjecte mening steeds normaler. Enige tijd geleden schreef de Correspondent er een mooi stukje over. Een wetenschapper had de effectiviteit van heren zoals Wilders de op hedendaagse mores onderzocht. De uitkomst was dat wil je het discours blijvend veranderen je er in eerste instantie radicaal in moet gaan om vervolgens de boodschap telkens te herhalen en stapje voor stapje de grens oprekken tussen wat je wel en niet kunt zeggen. Dat werkt, kijk maar naar waar Fortuyn de hele goegemeente over zich heen kreeg en Wilders nu mee wegkomt.

In de eredivisie van de roeptoeteraars mag 1 persoon niet ontbreken. Keurig gecamoufleerd als nederig dienaar van God roeptoetert deze man er maar wat op los. We hebben het hier over Jorge Mario Bergoglio. Deze ogenschijnlijk sympathieke Argentijnse jezuïet heeft het tot Paus Franciscus geschopt. Waar zijn voorganger Paus Benedictus XVI als wereldvreemd intellectueel al snel het veld moest ruimen, blijkt deze Paus een man van het volk te zijn. Hij heet natuurlijk geen Franciscus maar heeft deze naam aangenomen. De naam komt van de heilige Franciscus van Assisi die in de Middeleeuwen ongeveer de enige functionaris in de Heilige Moederkerk was die iets om de armen gaf. Over Franciscus van Assisi bestaan vele mythen en legendes. Dat kan ook bijna niet anders, de man is al ruim 790 jaar dood, genoeg tijd dus om een nieuwe, waarschijnlijk beter passende, realiteit rondom hem te creëren.

De Paus die nu in naam vereenzelvigd is met een van de barmhartigste Samaritanen uit het christendom neemt geen blad voor zijn mond. Op internet zijn diverse uitspraken van hem te vinden die net zo goed door de nieuwe bewoner van het Witte Huis gedaan hadden kunnen worden. Zo stelde hij dat de Pauselijke Curie lijdt aan spirituele alzheimer. Daarmee neemt hij op Trumpiaanse wijze afstand van het instituut waar hij leiding aan dient te geven. Ook schijnt hij wars te zijn van de pracht en praal die het pausdom met zich meebrengt. Hij slaapt in het gastenverblijf, wast en kust (ik hoop in deze volgorde) de voeten van arme sloebers. Een echte Franciscus dus. Maar ook een populist die het instituut waarin hij jaren heeft gefunctioneerd en carrière gemaakt, ridiculiseert. Erg veel succes heeft hij nog niet geoogst met deze strategie. Uit recentelijk onderzoek bleek dat het voorkomen van kindermisbruik en de vervolging van de daders binnen de kerk niet van de grond komt.

Paus Franciscus is de laatste tijd in het nieuws geweest met een aantal uitspraken over de actualiteit. Zijn eerste uitspraak ging over het nepnieuws (wat op zich al opvallend is daar je zou kunnen stellen dat zijn hele imperium is gebouwd op eeuwenoud nepnieuws), Hij noemde nepnieuws even erg als poepseks en het eten van poep. Een waanzinnige en onverwachte beeldspraak. Ik heb een zoektocht over het internet gemaakt maar ik ben nergens de combinatie Rooms Katholieke Kerk en poepseks tegengekomen. Ook is er geen verwijzing te vinden dat poepseks een dingetje is in Argentinië. Dan moet het waarschijnlijk zijn eigen obsessie zijn, maar vreemd is het wel en tegelijk ook leuk, zo’n kijkje in de perverse kant van de Paus.

Zijn volgende opmerking is kwalijker. Bij zijn bezoek aan Auschwitz vroeg hij zich af waarom de geallieerden Auschwitz niet gebombardeerd hebben. Dat lijkt een terechte vraag, alleen is het nou de Paus die deze kwestie aan de orde moet stellen?

Feit is dat de Engelse elite net zulke bedenkelijke ideeën over Joden had als de Duitse. Sowieso was het neerkijken op- en kwaadspreken over- de Joden een geaccepteerd tijdverdrijf in het interbellum, zowel aan deze als de andere kant van oceaan. Dat dit vreselijk ontspoorde bij de Duitsers heeft dus niet zo zeer te maken met hun afwijkende ideeën over de Joden maar vooral omdat zij zich lieten ‘begeisteren’ door de inktzwarte magiër uit Oostenrijk.

De Paus snijdt hiermee een pijnlijk punt aan. Ten eerst omdat het zijn geloof is dat vanaf het begin de Joden in de beklaagdenbank heeft gezet. Uiteindelijk zijn zij het die de zoon van God hebben vermoord. Lees je de Bijbel goed dat weet je dat Jezus lijdensweg een vooropgezet plan was dat uitgevoerd moest worden om de mensheid te verlossen van hun zonden. De Joden hebben niet anders dan een rolletje in gespeeld in deze goddelijke tragedie. ’It’s a dirty job, but someone got to do it’ moet men in de hemel gedacht hebben. Als je het helemaal zuiver wilt bekijken zijn het de Romeinen geweest die Jezus hebben veroordeeld tot de dood aan het kruis en niet de Joden. Die hebben hun best hebben gedaan om de Romeinen tot dit besluit te bewegen, maar de beslissing om Jezus aan het kruis te nagelen had niets te maken met zijn religieuze opvattingen en was vooral het resultaat van zijn opruiende politieke uitspraken.

Waarom dan de Joden verantwoordelijk maken voor de dood van Jezus en niet de Romeinen (en hun opvolgers de Italianen?). Het christendom moest in de beginfase concurreren met het Jodendom en dan is het best handig om je rivaal als monsterlijk af te schilderen en dat vast te leggen in het Eeuwig Ware Geschrift van jouw religie. Hoewel er niet staat dat Joden afgeslacht moeten worden, is de auteur van het deel van het Evangelie waar de dood van Jezus wordt beschreven glashelder: ‘Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen!’ Dezelfde strategie zie je ook bij de Islam. In de Koran worden de Joden en Christenen beschreven als de ‘Mensen van het Boek’. Volgens de Koran kennen de ‘Mensen van het Boek’ een deel van de waarheid, maar is de Islam de gehele goddelijke waarheid. Afhankelijk van de Soera die je leest moet je die mensen respecteren of gruwelijk afslachten. Dat hebben ze nog in het midden gelaten.

Paus Franciscus als leider en hoeder van een religie die de Jodenhaat heeft verzonnen, de haat die uiteindelijk heeft geleid tot eeuwenlange vervolging, achterstelling en met als dieptepunt de Holocaust. Je zou alleen daarom al kunnen stellen dat enige bescheidenheid op dat punt gepast zou zijn. Maar we zijn er nog niet. In de Tweede Wereldoorlog heeft het Vaticaan zich, op zijn zachts gezegd, weinig gelegen laten liggen aan het lot van de Joden. De Rooms Katholieke Kerk in Duitsland had zich in de jaren dertig al vereenzelvigd met het Nationaal Socialisme, die rol en bijbehorende schuld staat niet ter discussie. Over de rol van het Vaticaan en het handelen van Paus Pius XII, de Paus tijdens de tweede wereldoorlog, verschillen de meningen. Van fervent aanhanger van het Nationaal Socialisme tot een held die met stille diplomatie vele Joden het leven heeft gered. Echter vast staat dat deze Paus zich als moreel wereldleider nooit tegen de Holocaust heeft uitgesproken. In dit uiterst schimmige decor stelt de Paus zijn vraag en krabt daarmee vilein aan het toch al dunne laagje vernis over de mores van de geallieerden (en dat van zijn eigen instituut).

De beantwoording van deze vraag blijkt al kasten vol met boeken opgeleverd te hebben, maar geen eenduidig antwoord. Feit is dat de geallieerden tot 1944 net instaat waren om Berlijn te bereiken, laat staan Auschwitz dat nog 3 uur verder vliegen vereiste. Na 1944 waren zij er wel toe in staat, maar hebben op een enkel vergisbombardement na, Auschwitz nooit als doel gehad. Uit documentonderzoek is gebleken dat de Amerikanen en Britten wel op de hoogte waren van de vernietigingskampen maar er nooit militaire prioriteit aan hebben gegeven. Saillant is dat in het Bitse oorlogskabinet de vernietiging van de Joden door de Nazi’s nooit aan de orde is geweest, terwijl de documenten en ooggetuigenverslagen wel in hun bezit waren.

Uiteindelijk zijn er 4 stromingen te onderkennen in de verklaring waarom Auschwitz nooit gebombardeerd is: ze waren er technisch niet toe in staat; er waren andere oorlogsprioriteiten; het antisemitische sentiment van voor de oorlog was nog levendig aanwezig en het kwam hen daarom wel uit dat het aantal Joden gedecimeerd werd; men kon zich niet voorstellen dat het werkelijk zo erg was.

Het is moeilijk voor te stellen dat Franciscus dit niet heeft geweten voor hij de vraag stelde. Het heeft er alle schijn van dat dit geen vraag was waarop hij een antwoord wilde, maar een retorische vraag waarmee hij zich – wederom – buiten de geschiedenis van zijn eigen ambt en organisatie plaatste.

Rond de jaarwisseling volgde een nieuwe Pauselijke uitspraak. Hij bracht het populisme in verband met de opkomst van Hitler. Dat is feitelijk juist….. in de jaren 30 van de vorige eeuw. Helaas was zijn opmerking geen reflectie op een specifieke periode in de Europese geschiedenis, hij doelde op nu. Trump, Wilders, Le Pen en die Oost Europese populisten (waar er iets te veel van zijn om allemaal te kunnen onthouden), allemaal potentiële Hitlers of opstapjes tot een nieuwe Hitler. Ook hier ligt weer een interessante gedachte aan ten grondslag. De Paus lijkt uit te gaan van de volkswijsheid dat de geschiedenis zich herhaalt. Hij hoort hetzelfde gebral, dezelfde retoriek en denkt…..Hitler. Alsof er een wetmatigheid is waaraan het ontstaan van nieuwe Hitlers onderhevig is.

De geschiedenis herhaalt zich nooit. Er doen zich gebeurtenissen voor en er zijn processen in de maatschappij zichtbaar die doen denken aan de periode waarin Hitler opkwam, maar een nieuwe Hitler zal er nooit meer komen. Gewoonweg omdat Hitler uniek was, zoals ieder mens, en omdat de tijdsgeest waarin Hitler opkwam niet te vergelijken is met nu. Hitler staat voor een dictatuur met een onaantastbare leider van een zich superieur achtend volk. Dit superieure volk is homogeen voor wat betreft ras, cultuur, lichamelijke en geestelijke capaciteiten. Dit volk leeft volgens dezelfde normen en waarden die voornamelijk zijn gebaseerd op conservatisme, heroïsme en machismo. Degenen die afwijken van die normen en waarden worden vernederd, gemarginaliseerd of gedood. Er zijn vele vijanden waarvan er doorgaans één een existentiële bedreiging voor het volk vormt en daarom vernietigd moet worden. Dit superieure volk heeft ruimte nodig en schroomt niet om met geweld deze ruimte in te nemen ten koste van andere landen. Dit ziet de Paus dus als angstbeeld bij het hedendaagse populisme. Tijd dus om dit beeld van de Paus eens te onderzoeken.

Laten we eerst een stap terug zetten naar de tijd waarin Europa voor de tweede en tot nu toe laatste keer in puin lag. De grote Europese machthebbers hadden hun bloed vergoten en lagen als chronische hemofiliepatiënten aan het infuus van de grote overwinnaar: de Verenigde Staten van Amerika. De bevolking van Europa probeerde in het reine te komen met de verschrikkingen die het had ervaren en de verliezen die het had geleden. Tot 20 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog was dit het beeld: nijvere mensen die bijkans nog bloedend uit de verse wonden hun land met blote handen uit het puin deden herrijzen. Dit beeld wordt veel gebruikt om de oneerlijkheid van de huidige maatregelen jegens de bejaarde landgenoten tot uitdrukking te brengen, maar het klopt niet. De werkelijkheid was dat de veelal apathische bevolking niets deed na de bevrijding. Pas nadat er wetgeving was ingevoerd waardoor men wel actief moest worden, begon er enig tempo in de wederopbouw te komen. Gedurende die periode lag de schaduw van een nieuwe nog veel verwoestende oorlog over het land. De Koude Oorlog met zijn levensgevaarlijke oprispingen: de Hongaarse opstand, de blokkade van Berlijn en de raketcrisis in Cuba. Europa was tot de revolutie van de jaren 60 een grauw, saai en gedoemd continent.

Toen kwam de ommekeer. Een nieuwe generatie diende zich aan. Een generatie die was opgegroeid in de beperkende, grijze wereld van de wederopbouw en die zich daar niet meer bij wilde neerleggen. De muziek, de kunst, de opvattingen over de maatschappij en de wereld, alles veranderde. Vrijheid op alle vlakken waren, antiautoritair, gelijkwaardigheid en ‘dat nooit meer’ de pijlers waarop de nieuwe orde werd gefundeerd. Vanaf het midden van de jaren 60 tot ver in de jaren 80 stond autoriteit gelijk met fascisme. In mijn sociologieboek werd de autoritaire persoonlijkheid als afschrikwekkend natuurverschijnsel uitgebreid beschreven. De realiteit was dat in de jaren 70 de drang naar vrijheid allang gekaapt was door bevrijdingsbewegingen die hun oorsprong vonden in het communisme en maoïsme, ideologieën die niets met vrijheid te maken hadden. De muzikale vernieuwing ontwikkelde zich tot een lege kunstvorm die pas in het punktijdperk weer enige legitimiteit kreeg als spreekbuis van (weer) een nieuwe generatie. De seksuele revolutie was ondertussen zo goed als uitgedoofd en leefde alleen nog onder de perverselingen, die als laatste stuiptrekking van een stervende beweging hun ongebruikelijke en veelal moreel verwerpelijke levensstijl als aansprekend alternatief publiekelijk konden verkondigen. Met de heer Brongersma, senator namens de PvdA en overtuigd pedofiel, als triest dieptepunt.

De beweging die midden jaren 60 spontaan was ontstaan, was na 10 jaar zo dood als een pier. Nieuwe autoriteiten die zich hadden gecamoufleerd met het taalgebruik van de antiautoriteit legden een nieuw dwingend kader op. Bezit, rijkdom en kennis moest gedeeld worden. Of anders gezegd, de rijken moesten afstaan aan de armen. De armen hoefden daar niet zo veel voor terug te doen. Zij waren tenslotte degenen die werden uitgebuit. Een links moralisme ontstond. Deze waarden waren geboren uit de verschrikkingen in de gaskamers en crematoria van Auschwitz, Buchenwald, Sobibor, Treblinka en de zo vele andere kampen waar iedereen die het Derde Rijk inferieur achtte vernietigd werd. Het ‘Dit nooit meer’ werd de leidraad in de linkse moraal van de jaren 70. Dat betekende, alle culturen zijn gelijk, internationale samenwerking als middel om het nationalisme in de toom te houden, gelijkwaardigheid in alle relaties om autoritarisme te voorkomen. Degenen die afweken van deze moraal werden veroordeeld tot racist, fascist of seksist. Als het echt tegenzat was je alle drie of verzon men er nog eentje bij. Het nieuwe links met zijn grondleggers Joop den Uyl, Marcel van Dam en Andre van der Louw om maar een paar namen te noemen. In de jaren 80 opgevolgd door figuren al Ria Beckers en André van Es. Twee personen uit die tijd verdienen bijzondere aandacht, Jaap van de Scheur en Ien Dales. Eind jaren 80 stonden zij als enigen nog met hun voeten op de grond in de steeds rigider en wereldvreemde linkse beweging. Jaap en Ien, die zeiden waar het op stond, gedreven, geen poespas en een natuurlijk gezag. Maar helaas Jaap en Ien gingen dood en – achteraf gezien – met hen de laatste kans van links om de hedendaagse populistische revolte te voorkomen.

Vanaf de jaren 80 dreef links steeds verderaf van de oorspronkelijke bedoeling; de emancipatie van de arbeider en een eerlijke verdeling van de welvaart. Links ontwikkelde zich als bredere beweging die zich richtte op het kosmopolitisme, multiculturalisme en de emancipatie van allen op de hele wereld die zij als onderdrukt beschouwden. De opkomst van het neoliberalisme in de jaren 90 met zijn vrije handel, globalisering en vrije verkeer van mensen paste prima in dit plaatje. Want hoewel langs kapitalistische weg, het neoliberalisme zou er voor zorgen dat welvaart nu echt eerlijk verdeeld zou kunnen worden in de wereld. Zelfs de vaandeldrager en erfgenaam van ‘s lands meest progressieve partijen, GroenLinks geloofde in dit sprookje. De PvdA bij monde van Wim Kok gooide er al in 1995 zijn ideologische veren voor af.

Links mocht dan wel het neoliberalisme omarmd hebben (en de arbeider verlaten), de morele waarden van links bleven in tact. Maar helaas de muur was gevallen en er kwamen steeds meer gruwelijkheden van de communistische dictaturen aan het licht, die de legitimiteit van de linkse moraal ondermijnde. De toenemende immigratie zorgde voor wrijvingen tussen de oorspronkelijke bewoners en nieuwkomers. De herinneringen aan de verschrikkingen in de Tweede Wereldoorlog vervaagden en werden geschiedenis, ‘dit nooit meer’ verloor zijn betekenis en zeggenschap. De linkse waarden hadden geen gezag meer, sterker nog ze werden als oorzaak gezien voor alle ellende en door sommigen zelfs als een voortzetting van het oude communistische streven naar een grenzeloze arbeidsheilsstaat. Het gedrag van de linkse elite, in de volksmond ook wel ‘het links lullen en rechts vullen’ genoemd, was de laatste nagel aan de doodskist van de Linkse Moraal.

Dit is toch echt een heel ander situatie dan de jaren 30 waarin de het fascisme en het nazisme opkwamen. Beide gebaseerd op een gekrenkte vaderlandse trots na een verwoestende oorlog, economische uitzichtloosheid en een veelal achterlijke bevolking die blindelings op de grote leider vertrouwde. De vergelijking van de Paus slaat dus nergens op en kan alleen maar als slechte, doorzichtige retoriek gekenschetst worden.

Dit zijn nog maar een paar uitspraken van Paus Franciscus. Hij zal echt het hart op de juiste plek hebben, maar over de locatie van het verstand twijfel ik toch ernstig. Juist in een tijd als deze waarin alle zekerheden lijken te verdwijnen, is een intelligente, energieke en zalvende geestelijk leider van de westerse wereld een noodzaak. Ik zou bijna terugverlangen naar de Poolse Paus, die samen met Ronald Reagan (ook zo’n licht in het duister) het IJzeren Gordijn aan flarden scheurden. Oerconservatief, zeer geliefd en met een groot gezag. Dus weg met de domme retoriek en het eigen nest bevuilen. Qui pascet oves in multis tribulationibus (die zijn schapen zal hoeden gedurende vele tribulaties) staat er in de Pauselijke profetieën over het einde der tijden. Die zullen er niet komen, maar zo’n Paus lijkt mij meer dan welkom.

Den Haag – Erichem, 1 februari 2017

Uniciteit

Een nieuw project ‘menselijke waardigheid’. Een actueel thema lijkt mij. Vragen als: wat is het, waar komt het vandaan, zitten er grenzen aan en vooral wat kan je ermee, (anders dan anderen er mee om de oren te slaan met ‘dat zij dat niet hebben’) staan centraal. Ondersteund door de onontbeerlijke intellectuele input van mijn goede vriend en filosoof Auke van Dijk probeer ik antwoorden te vinden op die vragen. Dit is het eerste inleidende artikel. Voor wie erin geïnteresseerd is en wil meedenken…

In den beginne….

In den beginne was er niets. Okay, bijna niets. Er was volgens sommigen een God, volgens anderen een gloeiende tennisbal. God besloot op een dag dat hij de duisternis zat was en creëerde het licht en het hele heelal. Wat er in het balletje is omgegaan weet iemand en explodeerde op een gegeven moment. De godvrezenden geloven dat God het ordenend principe is in de ontwikkeling van ‘wat is’, de balletjesmensen geloven dat de natuurkrachten het universum op grond van een tot nu toe onbegrijpelijke logica hebben gevormd tot wat het is. De vraag wie of wat de oorzaak en het leidende principe is zal nooit leiden tot een universele waarheid, maar voor dit verhaal doet mijn antwoord op die vraag er toe. Om het kort te houden, ik ben een balletjesmens.

Dit balletjesmens is geboren op 5 september 1963. Op de dag waarop ik ben geboren zijn er 185.000 baby’s geboren (het gemiddelde aantal geboortes per dag). Aangezien Ik rond 10 uur ben geboren – alle tweelingen en het feit het aantal geboortes per uur geen vaststaand gegeven is even daargelaten – moet ik tussen de 76.000 en 79.000ste baby van die dag zijn geweest. Al deze nieuwgeborenen hebben twee dingen gemeen, ze ervaren de wereld allemaal anders en handelen vanuit het beginsel dat de wereld die ze ervaren ook de echte is. Daaruit concluderen al deze mensen dat zij uniek zijn. Deze uniciteit is niet van alle tijden. In de Verlichting deed deze opvatting voor het eerst opgeld en pas veel later is dit gemeengoed geworden en vastgelegd in de Rechten van de Mens. Met de in de 20ste eeuw opkomende consumptiemaatschappij hebben vooral de afdelingen Marketing en PR handig op dit mensbeeld ingespeeld door de uniciteit van de mens als instrument te gebruiken om zo veel mogelijk massaproducten aan zich uniek achtende mensen te verkopen, maar dit terzijde.

Allemaal hetzelfde….

Uniciteit, wat is dat eigenlijk? Ik zal een poging doen dat te verklaren. Stel een beschaving ver van ons verwijderd heeft wat vage tekens van intelligent leven opgevangen en zijn in hun zoektocht naar de herkomst daarvan op onze blauwe planeet gestuit. Na hun ruimteschip in een stationaire baan om onze aarde te hebben geplaatst, daalt een verkenningsteam af. Hun glimmende pakken gloeien als vuurvliegjes wanneer zij de dampkring doorboren en er klinkt een zachte plof als zij het lichaamsdeel dat hen draagt op de aarde zetten. Als deze vreemdelingen een beetje slim zijn (en dat zullen zeker zijn als je bedenkt dat zij een afstand van miljoenen lichtjaren hebben moeten afleggen om ons te bereiken) landen zij op een plek waar ze niet snel ontdekt zullen worden. Voor het gemak gaan we er vanuit dat zij besloten hebben om op Halloween in een metropool te landen. Overweldigd zullen zij zijn door de grote verschijnend aan leven. Wezens met 1 arm, met 2 hoofden, zonder hoofd en ga zo maar door. In hun oneindige reis waren ze dat nog niet tegengekomen.

Tot de volgende dag, dan is alle verscheidenheid verdwenen en blijken alle wezens die zij toen zagen 2 armen, 1 hoofd, 2 benen en 10 vingers en tenen te hebben. Ook het inwendige blijkt hetzelfde te zijn bemerkten zij nadat zij enkele wezens hadden gevangen en ontleed. Zij concludeerden dan ook dat deze wezens alleen op lengte, breedte en kleur van elkaar verschillen, maar verder gelijk aan elkaar zijn. Teleurgesteld omdat zij zo’n lange reis hadden gemaakt die uiteindelijk leidde tot de ontdekking van een volk van duplicaten vertrokken zij weer en verwijderden de aarde voorgoed uit hun trans-galactische reisgids. Waren zij iets langer gebleven dan hadden zij achter de eenvormige uiterlijke verschijning van de mensheid een oneindige variëteit kunnen zien.

Overigens is door de statisticus Peter Grunwald berekend dat er tot nu toe 107,5 miljard mensen zijn geboren. De vraag is hoe dit zich verhoudt tot de uniciteit van de mens. Kan het zo zijn dat er ondertussen ergens een exacte kopie van mens nummer 10.000 rondloopt? Voor de uniciteit van de mens maakt het antwoord niet veel uit. Mens nummers 10.000 is allang vergaan en geen heeft geen enkele herinnering achter gelaten.

….en toch uniek

Als onderdeel van de mensheid zijn wij gewend om de verschillen waar te nemen. Zoals hierboven beschreven, als je niet behoort tot de mensheid zal je de verschillen amper zien. Toch acht ieder mens zich uniek en is dit een belangrijke pijler geworden onder het bouwwerk van de Menselijke Waardigheid.

Ieder mens wordt geboren met beperkte mogelijkheden. Hoewel er heel veel mogelijkheden zijn, zijn deze niet oneindig. De grens van de fysieke en mentale mogelijkheden van een mens wordt bepaald door de genetische aanleg ofwel de genen. Dit lijkt een statisch proces maar dat is het in de praktijk niet. Het feit dat genen ‘aangaan’ of ‘uitgaan’ is mede afhankelijk van de omgeving waarin de mens zich bevindt. Dit proces speelt zich al af voor de geboorte, moeders met veel stress of een ongezonde levensstijl zijn bepalend voor de mogelijkheden van hun kinderen. Volgens sommigen gaat dit nog verder terug, de toestand of omgeving van de ouders ten tijde van de conceptie is bepalend voor de kwaliteit van hun zaad— en eicellen (dus hun genen) en daarmee een belangrijke factor voor de mogelijkheden van het kind. Naast deze genetische variaties zijn er nog ontelbare factoren die invloed hebben op de ontwikkeling van een kind in de baarmoeder. Bijvoorbeeld, een griepje op een specifiek moment van de zwangerschap geeft een verhoogde kans op schizofrenie. Krijgt de aanstaande moeder dit in een later stadium van de zwangerschap dan is het risico nihil.

Gemiddeld na 9 maanden komt de baby met al zijn of haar unieke eigenschappen tevoorschijn. De hardware is gereed, nu nog de content. Die wordt in de eerste jaren bepaald door de ouders en in het bijzonder de moeder. In die periode vinden de eerste confrontaties plaats tussen de binnenwereld van het kind en de buitenwereld. Behoeften komen op in de binnenwereld, worden geuit naar de buitenwereld en de buitenwereld reageert daarop. Daarmee begint ook het proces dat het hele leven doorgaat. Naar mate het kind ouder wordt is het meer instaat om zijn of haar eigen behoeftes te vervullen, maar ieder mensenleven wordt gekenmerkt door vervulde en onvervulde behoeftes. Onvervulde behoeftes worden ervaren als onaangenaam een tekort en dienen vervuld te worden. Vervulde behoeftes zorgen voor en gevoel van stabiliteit en geluk.

In de opvoeding en vooral de eerste jaren waarin het kind volledig afhankelijk is van de ouders en niet in staat is om de eigen behoefte te vervullen wordt de kern gelegd voor een gelukkig of ongelukkig leven. Worden de behoeftes van een kind (veiligheid, lichamelijk contact, eten en drinken) vervuld of genegeerd of met straffen en belonen gemanipuleerd dan zal dat een blijvend effect hebben op het kind en later de volwassene. Ook hier blijken uit recent onderzoek de genen een rol te spelen. De hersenen van kinderen die in hun jeugd traumatische ervaringen hebben meegemaakt blijken zich anders te ontwikkelen dan kinderen die dat niet hebben meegemaakt.

Naast de mogelijkheden en de onmogelijkheden waarmee wij geboren worden is wat wij in onze (prille) jeugd meemaken een bepalende factor voor onze uniciteit. Wat wij nastreven en hoe wij dat uiten is in belangrijke mate afhankelijk van wat wij als kind geleerd, ontvangen en gemist hebben.

……uniek en dus een waardevol leven?

Ieder mens is uniek. De Joodse filosofe Hannah Arendt heeft er zelfs een term voor bedacht: ‘nataliteit’, waarmee zij bedoelde: iedere geboorte brengt werkelijk iets nieuws in de wereld. Dat is een mooie gedachte. Echter ‘iets nieuws’ zegt iets over de verschijning maar niet over de waarde van dat nieuwe. Is ieder leven waardevol genoeg om te leven? Stel dat de mensheid ooit het tijdreizen mogelijk maakt. Is het dan gerechtvaardigd dat ik extra gas geef als ik de kleine Adolf Hitler op zijn driewielertje de weg zie oversteken? Mijn 11 jarige zoon antwoordde volmondig ‘nee’ op deze vraag, Zijn redenering was dat je weet nooit kunt weten wat zijn werkelijke waarde is geweest. Hoeveel leed is er vóórkomen door Adolf Hitler? Hoeveel potentiële massamoordenaars zijn er doordat de 2de wereldoorlog uitbrak gedood alvorens zij tot hun waanzinnige daden konden komen. Hoeveel ellendige levens zijn voorkomen doordat de slechte opvoeders nooit tot voorplanting zijn gekomen? Meer dan 40 miljoen, het totale aantal slachtoffer van de 2de wereldoorlog? Weegt dat op tegen de onvoorstelbare verschrikkingen die hij over de wereld heeft uitgestort, de levens die uit zijn naam zijn vernietigd en al het menselijk potentieel dat vernietigd is? Een mooi thema voor een sciencefiction verhaal, maar een onmogelijke vraag om te beantwoorden. Echter deze vraag is wel illustratief voor het vraagstuk over een waardevol leven.

Meer hedendaagse vragen zijn, mag je abortus plegen en daarmee een ontwikkelend uniek wezen vernietigen? Mag je de beademingsmachine uitschakelen bij een comapatiënt? Mag je iemand de doodstraf geven? Kortom allemaal vragen waar één centrale vraag aan ten grondslag ligt ‘wanneer is een leven waardevol?’

Om antwoorden op deze vragen te krijgen is enkel en alleen het feit dat de mens uniek is onvoldoende. Er spelen meer waarden mee. Wat is een waardevol leven en wie bepaalt dit? Daarmee zijn we aanbeland bij de ‘menselijke waardigheid’. Een waardevol leven en de menselijke waardigheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Althans dat vinden we nu. Anders dan de eerder genoemde ontwikkeling van vrucht tot individu wat zich chaotisch maar zich lineair lijkt af te spelen af te spelen, is de ‘menselijke waardigheid’ een begrip dat haar betekenis heeft gekregen door een grillig denkproces dat in de loop de eeuwen een moreel kader heeft opgeleverd, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Menselijke waardigheid, wat is dat? Waar komt het vandaan en hoe verhoud ik mij daartoe? Vragen waarop ik zal proberen in het vervolg van dit schrijfsel de antwoorden te vinden.

Den Haag – Erichem,  6 november 2016 – deels herschreven 18 december 2016