Een gebroken hart

Disclaimer
Sinds kort heb ik mijn op het daten gestort. Daar maak ik van alles in mee. Ik schrijf zo nu en dan over mijn ervaringen. Of het nu beschamend is, ongemakkelijk, oneerlijk, vunzig, gemeen, laf of alleen maar lief en serieus, als het zo is geweest schrijf ik het zo op. Ik doe dat met respect voor de vrouwen waarmee ik heb gedatet. Bij sommigen lukt dat niet helemaal, maar daar hebben ze het dan ook zelf naar gemaakt.
Alles is waargebeurd, soms is iets uitvergroot maar dat heeft alleen tot doel om het verhaal beter te maken, niet om iemand belachelijk te maken.

Na een tijdje appen was gisteren de dag waarop we elkaar gingen ontmoeten. Het was druilerig en grijs. Het plan was om over het strand te lopen en al keuvelend elkaar de nieren te proeven.
’s Ochtends hadden we al appcontact gehad. Ik appte dat ik vroeg wakker was, omdat ik had gedroomd. Dat deed zij ook wel eens appte ze en dan droomde ze over taartjes. Tsja, ik had gedroomd over Raisa Blommestijn die m’n neus in haar vagina wilde stoppen. Het leek mij niet bijdragen aan een geslaagde date als ik dit nu al  zou onthullen en heb het maar bij een ‘rare’ droom gehouden, wat feitelijk ook klopte. Het was voor mij wel gelijk duidelijk dat als het wat zou worden, wij voor wat betreft interesses nog wel wat te overbruggen hadden. 
Zoals altijd was ik op tijd. Zij te laat. Maar goed, kniesoor die daarop let. Uiteindelijk hebben we het toch over een potentiële levenspartner en die ga je niet bij de eerste ontmoeting aanspreken op het nakomen van afspraken. Daar is meer dan genoeg gelegenheid voor als het eenmaal een relatie is.
Toen ze uit haar auto stapte zag ik gelijk waar die taartjes waren gebleven. Verder had ze echt haar best gedaan. Ze had zich goed opgemaakt, niet te dik in de foundation, eyeliner en lippenstift keurig binnen de lijntjes. Goud ringetje aan de vinger en een eveneens gouden armbandje om haar pols. Ze had zware borsten die keurig door haar jurk – die een goede snit had en er niet goedkoop uitzag – op hun plaats werden gehouden. Haar lengte viel me wat tegen.
De wandeling was kort, regen en wind maakten het niet erg aantrekkelijk. Ze was erg zenuwachtig, vertelde in detail over de moeilijke tijd die ze achter de rug had. Normaal gesproken haak ik gelijk af als mensen dat doen tijdens de eerste kennismaking. Bij haar niet. Ik snapte haar wel.
We ploften neer in een shabby hotel en bestelden koffie. Daar ging het gesprek verder. Eerst ratelde ze maar door over mensen en onderwerpen die mij totaal niet interesseerden. Gaandeweg kreeg ze zichzelf meer onder controle en er ontstond een geanimeerd gesprek over het leven, de tegenslagen en relaties. Voor dat ik het wist deelde ik met haar mijn reflecties op mijn vorige relaties, waarbij ik mijzelf ook niet spaarde. Iets wat ik normaal gesproken nooit doe op een date.
Na tijdje is in zo’n date alles wel besproken en komt het moment waar het uiteindelijk om gaat, ‘gaan we verder of niet?’ Ik doe altijd m’n uiterste best om dat moment te vermijden. Ik handel het wel via de app af. Ik maak mijzelf wijs dat ik de tijd nodig heb om het even te laten bezinken maar dat is lariekoek natuurlijk. Ik vind het gewoon heel ongemakkelijk.

Meestal lukt dat, maar niet bij deze dame. Precies op het juiste moment stelde ze DE vraag en beantwoordde die zelf.
‘Ik vind je een hele aantrekkelijke en interessante man en ik wil graag met je verder daten.’
Ik wilde niet verder. Het was echt een lieverd maar niet de persoon voor mij. Ook lichamelijk klikte het niet. Maar hoe zeg je dat? Ik vond haar te aardig om haar plompverloren te zeggen dat ik haar niet aantrekkelijk vond. Gelukkig herinnerde ik mij de sandwichmethode uit een feedbacktraining.
Ik bedolf haar eerst onder complimenten: lief, empathisch, verbindend en erg geïnteresseerd, prettige gesprekspartner, zuiver en puur. Toen de klap ‘maar ik voel de klik niet, wel als vriendschap maar niet in de romantische zin’ en dan weer snel met een compliment eroverheen, dat ik het ontzettend stoer vond dat zij het zo ter sprake bracht.
Ze was hier echt door aangeslagen en een ongemakkelijke stilte volgde die ik met niet ter zake doende opmerkingen probeerde te doorbreken.

We liepen terug naar de auto en ze begon mij vragen te stellen.
‘Zeg, geloof jij echt dat er de eerste keer een klik moet zijn? Het kan toch ook groeien?’
Ik hoorde voor het eerst venijn in haar stem.
‘Ja, dat kan natuurlijk groeien maar dan moet ik wel al wat gevoeld hebben. Maar dat heb ik niet. Ik zou een vriendschap wel leuk vinden’.
Ik dacht, ik ben maar duidelijk.
‘Nou ik heb genoeg vrienden daar zit ik niet op te wachten’.
‘Dat begrijp ik, maar die keuze is aan jou’ zei ik afgemeten, mij er zo vanaf makend.
De resterende meters naar de auto liepen we zwijgend naast elkaar.
Bij de auto gaven we elkaar een knuffel.
‘Zullen we toch nog contact houden’ vroeg ze aarzelend.
‘Is goed’ zei ik, wetende dat dit toch niet zou gebeuren.

Den Haag, 29 augustus 2023

Schrijverschap

‘The future is getting smaller and the past is getting bigger.’ Aldus Martin Amis in een interview van 8 jaar geleden. Fascinerende figuur en net dood. Een schrijver met een levensstijl die je nu amper meer tegenkomt. Non-conformistisch, extreem, hyperseksueel en vooral veel drank en drugs. Een leven waar ik van droomde maar gelukkig niet heb geleefd.

Ik heb één boek van hem gelezen: ‘Geld, afscheidsbrief van een zelfmoordenaar.’ Ik kan mij nog herinneren dat ik er geen reet van snapte en het vooral heel veel ging over seks met geile vrouwen in bordelen. Ik heb het in 1992 gelezen, toen was ik 29. Ik weet dat ik verbaasd was omdat zijn vader Kingsley Amis was. Ik zag hem toen als representant van de deftige Engels literatuur. Little did I know, die man was ook een dronkenlap en vrouwenverslinder. Ik denk dat ik ‘Geld’ nog een keer ga herlezen. Misschien dat een bijna 60-jarige er nu meer in herkent.

Maar wat een verschil met al de huidige deugneuzen die sensitivity readers (moeten) toelaten en elk woord dat het rechtsvaardigheidsgevoel van een luidruchtig groepje intersectionele warroirs verstoort moet verwijderen. Helaas is het wel deze kleine groep die nog boeken leest. Deze generatie gaat zeker geen Martin Amis voortbrengen en zal het moeten doen met de Rutger Bregmannen. Trouwens we hebben er nog één en dat is Michel Houellebecq. Alhoewel, heeft zijn renommee met zijn deelname aan een pornofilm, en daar later spijt van krijgen, ook wel iets van z’n glans verloren.

Toch heeft de openingszin van dit stukje mij wel gegrepen. Ook voor mij geldt dat ik meer heb om te herinneren dan om nog te realiseren. Afgezien van het persoonlijke streven naar geluk en innerlijke rust dat universeel is in elke levensfase, heb ik nog één hartstochtelijk gekoesterde wens: schrijven.

Ik heb al meerdere pogingen gedaan maar tot een doorbraak is het nog niet gekomen. Dit heeft te maken met mijn drang tot perfectie (het moet gelijk goed zijn), de twijfel of ik het wel kan en het ongeduld om de tijd te nemen om iets te ontwikkelen. Dit vergt enige toelichting. Ik heb in mijn werk een ontwikkeling doorgemaakt. Die ging eigenlijk vanzelf. Ik deed dat werk, ik ging mee met de flow en ik heb ook talent. Niet onbelangrijk, is heb altijd geweten dat ik iets anders, iets bijzonders kan brengen in mijn vakgebied. Dat werd niet overal bevestigd. Dan voelde ik mij onbegrepen maar twijfelde niet aan de juistheid van mijn opvattingen.

Met schrijven is dat anders. Door een oorzaak die ik nog niet helemaal kan thuisbrengen heb ik met schrijven veel meer last van kritiek en laat ik mij snel uit het lood slaan waarna ik lange tijd niet meer schrijf.

Ik heb er onderzoek naar gedaan en het blijkt dat veel schrijvers dergelijke tere zieltjes hebben. Heel anders is dat bij podiumartiesten. Ik luister veel naar de podcast van Theo Maassen (Ervaring voor Beginners) waarin hij artiesten en kunstenaar één uur laat vertellen hoe zij zich hebben ontwikkeld tot wat zij nu zijn. Centraal staat daarin hoe ze om gaan met kritiek, hun mislukte projecten en waar ze de inspiratie vandaan halen. De rode draad in het verhaal is: hard werken, vaak uithuilen en opnieuw beginnen en – ja het moet er wel zijn – talent hebben. Hoe hard je ook werkt en probeert, zonder talent ga je nergens goed in worden. De grote vraag is dan wel, wat is talent? Daar komen ze tot nu toe nog niet helemaal uit, maar ik heb ook nog maar 8 van de 35 podcasts geluisterd.

Er zullen ongetwijfeld bibliotheken vol geschreven zijn over talent. Die heb ik niet gelezen. Ik weet alleen dat ik talent heb voor het werk dat ik doe. Dat weet ik omdat ik er goed in ben maar er is meer. Ik heb nooit moeite hoeven te doen om het te leren. Ik kwam op het hbo en vanaf dag één had ik het door. Er werd gesproken over processen en ik zag de lijntjes in m’n hoofd lopen. Ik wist en weet nog steeds intuïtief gelijk of iets goed is of niet. Dat is volgens mij talent.

Met schrijven heb ik dat een stuk minder. Soms denk ik echt dat iets heel goed is maar dan denkt de omgeving er anders over. Wat dan ontbreekt – en ik in mijn werk wel doe – is dat ik gewoon doorga. Als schrijver trek ik mij terug omdat ik de rotsvaste overtuiging dat het goed is nog niet mij verankerd is. De vraag die dat oproept: is dat een ontwikkelingsvraag waaraan hard gewerkt moet worden of is het een signaal om ermee te stoppen omdat het talent ontbreekt.

Deze vraag beantwoord ik geregeld. Het antwoord is altijd afhankelijk van mijn laatste werkje en de reactie daarop. Daarmee is het beantwoorden van dit soort vragen zinloos. Het willen schrijven komt steeds weer terug en heb ook constant verhalen in mijn hoofd. Al zou het talent er niet zijn, dan zijn de fantasie en het verlangen er zeker wel.  Dat moet toch voldoende zijn om een bescheiden oeuvre op te bouwen?

Om terug te komen op Martin Amis, zijn quote past op het grootste deel van mijn leven, alleen voor het schrijven is het precies omgekeerd. Daarvoor is de toekomst nog oneindig groot.

Den Haag 29 mei 2023

Excuses voor de slavernij. Een humaan hoogtepunt.

Op 19 december was het dan eindelijk zo ver. Na veel oprechte spijtbetuigingen door diverse hoogwaardigheidsbekleders en de excuses van alle grote steden, heeft de Staat der Nederlanden excuses gemaakt voor de slavernij. Gedaan door Rutte en toegelicht door de naar de oude koloniale gebieden uitgewaaierde ministers en staatsecretarissen. Indonesië was hiervan uitgesloten. Begrijpelijk want daar liggen ze nog steeds in een deuk sinds de koninklijke obees daar zijn appoli-enehnogwattes heeft aangeboden. Het liefste hadden ze hem nu ook in de oude wingebieden gehad. Heerlijk zo’n 55-jarige machtige witte man die zich onsterfelijk belachelijk maakt.

Maar daar gaat dit stukje niet over. Het gaat ook niet over de puinhoop die onze andere nationale ramp, de plaag genaamd Mark Rutte van dit verontschuldigingsproces heeft gemaakt. Het gaat hier om meer gewichtige kwestie. Namelijk een onderzoek naar wat voor zin het heeft om eeuwen later nog excuses te maken voor iets waar de huidige bewoners van onze planeet part nog deel aan hebben gehad.

Laten we beginnen bij waar het nu werkelijk omgaat. Volgens van Dale is de definitie van slavernij als volgt: de toestand dat mensen niet vrij zijn omdat ze het bezit zijn van iemand anders. Van oudsher bestaat de slavernij. Noem maar een volk en ze hadden slaven. Veelal bestonden die uit overwonnen vijanden van wie het leven was gespaard en nu voor de rest van hun armetierige bestaan het bezit van de overwinnaar waren. Geen benijdenswaardig bestaan. Er bestaan ook legio voorbeelden van slaven die een prima leven hebben gehad met hun eigenaren, maar dan moesten ze wel over bijzondere eigenschappen beschikken. Voor de gemiddelde slaaf was het leven een hel waarbij ze aan de willekeur van hun meesters waren overgeleverd.

Overigens kon je ook zo moeten leven zonder dat je geschaakt was door een vijandige stam. In Rusland was het tot 1861 bij wet geregeld dat landeigenaren volledige zeggenschap hadden over het leven van de boeren die op hun land werkten. Er werd niet over eigendom gesproken maar ook hier gold dat je als lijfeigene een miserabel leven had dat op elk moment door de Bojaren straffeloos kon worden verpest of zelf beëindigd. Tenslotte zijn er ook nog 1 miljoen Europeanen in het Middellandse Zee gebied tot slaaf gemaakt door de Arabieren, een niet onbelangrijk detail in de geschiedenis van de slavernij die nu vooral is gepinpoint op het tot slaaf maken van de mens van kleur uit Afrika.

Toch is er met de slavernij waarvoor nu excuses zijn gemaakt iets anders aan de hand. Op het eerste gezicht lijkt dit niet anders te zijn dan gebruikelijk is bij alle vormen van de slavernij. Echter deze slavernij onderscheidt zich op één belangrijk punt van alle anderen: het racisme. Zwarte slaven waren geen mensen. Misschien een tussenvorm van mens en dier maar zeker geen mensen zoals de blanke Europeanen, die ze bij bosjes opkochten van Afrikaanse slavenhandelaren, wel waren.

Maar aan alles komt een einde en na eeuwen van brute onderdrukking en uitbuiting werd 1 juli 1863 de slavernij in Nederland officieel afgeschaft. Dat pakte toch anders uit. De vrijgemaakten waren straatarm en werden aan hun lot overgelaten. Voor hen restte diepe uitzichtloze armoede in een wereld die doordrenkt was van racisme en vooroordelen jegens hen.

We zijn nu ruim 200 jaar en ruim 8 generaties verder. Tijd voor excuses, maar waarom eigenlijk? Het is lang geleden en niemand die er direct baadt bij heeft gehad of schade heeft ondervonden leeft nog. Dit zijn voor mij de argumenten geweest om het hele gedoe over de slavernij als politiek gemotiveerd weg te zetten. Hier ben ik op teruggekomen. Ik lees steeds meer in de wetenschappelijke literatuur dat trauma’s overdraagbaar zijn. Namelijk ‘dat langdurige stress en angstervaringen generaties lang biologisch worden overgeërfd. Hiernaar is veel onderzoek gedaan bij nakomelingen van slaven. Het traumatische verleden van hun voorouders zit nog steeds in de genen van de zwarte kinderen die wij momenteel in de groep hebben.’

Hoewel de kennis hierover nog pril is, zijn er voldoende aanwijzingen om de overdracht van trauma van generatie op generatie serieus te nemen. In een van de artikelen wordt verwezen naar de Tweede Wereldoorlog. Tot op de dag van vandaag kampen er nog nazaten van oorlogsslachtoffers met psychische klachten die zij van de vorige generaties hebben meegekregen.

Als erkenning een van de helende remedies is bij trauma’s is het aanbieden van de verontschuldigingen een humane daad waar we als samenleving trots op kunnen zijn en is er een stap gezet in de verwerking van een eeuwenlang verschrikkelijk onrecht. Deze verwerking is niet alleen van belang voor de slachtoffers maar ook voor de daders. Want hoe je het wendt of keert een deel van de welvaart in Nederland is te danken aan de inzet van slaven. In de hoogtijdagen bedroeg dat 5% van het bbp. Ter vergelijking de Rotterdamse haven is nu 6% van het huidige bbp.

Dus komt ook de vraag om een schadevergoeding op. Ik ben een voorstander. Een geldelijke vergoeding hoe symbolisch die ook is helpt bij de verwerking van het onrecht. Het gaat waarschijnlijk niet gebeuren want juridisch gezien is er geen poot om op te staan. Moreel is die noodzaak er wel. Ik hoop dat er nog een miljard uit de staatskas gevist kan worden en dat die verdeeld kan worden onder de nazaten van de slachtoffers van de slavernij. Dan zou in plaats van een trauma een hoogtepunt van menselijkheid en beschaving van generatie op generatie doorgeven kunnen worden.

Onderzoekers noemen dit het Posttraumatisch Slavernij Syndroom.’https://earlyyearsblog.nl/…/hoe-een-eeuwenlang-trauma…/.

Ook in het artikel dat ik onlangs op ‘DOQ arts aan het woord’ heb gelezen komt hetzelfde, niet specifiek gericht op de slavernij, aan de orde. https://www.doq.nl/zwangere-vrouw-draagt-jeugdtrauma…/….

Simonistisch

Den Haag – Stockholm – Den Haag

7 mei 2023

Van Prins Pils tot Koning WAppie

Erg gelukkig is onze nationale stuntelaar in zijn leven niet geweest als het gaat om keuzes maken. Niet alleen het gebrekkige beoordelingsvermogen, maar ook de hang naar ordinair volksvermaak maakten hem tot dé existentiële crisis van de monarchie. Gelukkig zag zijn moeder dit snel in, zij kende de reputatie van de mannelijke lijn van het geslacht der Oranjes als geen ander en omringde hem met wijze mannen en vrouwen. Zij hebben hem, op een incidentje met premier Kok na, aardig in het gareel gehouden. Daarna nam een Argentijnse steppeprinses het stokje van zijn moeder over. Hiermee leek het gevaar bezworen en deed zich een onverwachte metamorfose voor. Prins Pils werd koning WA.

Ik had er toen mijn geld niet op durven zetten, maar het is best nog een tijd goed gegaan. Totdat Corona genadeloos de zwakte van WA en zijn Argentijnse trekpop blootlegt. Eerst een foto waarop hij, eruitziend als een sjofele Haagse horecaboer na een fuck-the-lockdown feest, geen afstand houdt. En dan nu de herfstvakantie in Griekenland, terwijl het volk wordt gemaand thuis te blijven.

Geschrokken van de reacties keerde hij binnen 24 uur met hangende pootjes terug. Duidelijker kan het niet worden. Een koning die tijdens de grootste crisis naar de 2de wereldoorlog het land verlaat en dan terugkeert omdat hij geschrokken is van de reacties van het volk is ongeschikt voor zijn ambt. Al kan je hier tegenwerpen dat hij altijd nog sneller was dan zijn overgrootmoeder, die deed er 5 jaar over.

Heel misschien dat onze stoethaspel zich nog tot het volk zal richten. Met een ‘mijn vrouw en ik willen ons ecuveren, extukeren eh, sorry zeggen…’ vernietigt hij dan zijn laatste restje gezag. Daarna verwacht niemand meer wat van hem en kan hij eindelijk zijn wie hij is, een lege huls, koning WAppie.

Ik zou het hem zo gunnen.

Den Haag, 18 oktober 2020     

De vochtige ogen van Maurice

Al zappend door de ledigheid van een zaterdagavond in lockdown stuitte ik rond elven op het pokdalige gezicht van Maurice de Hond in de talkshow Op1. ‘Nederland wordt voor niets kapot gemaakt’ zei hij met hetzelfde fanatisme als waarmee hij eerder het leven van een klusjesman verwoestte, gezonde scholen met z’n iPad om zeep hielp en last but not least steevast de verkeerde winnaar van de verkiezingen voorspelde. Waarom hij dit zei wist ik niet, ik viel pas in toen hij met deze conclusie zijn betoog afrondde. Een trilling in zijn stem en zijn vochtige ogen verraadden zijn gemoedstoestand. Niet eerder had ik ons nationale dwaallicht zo gezien. Zelfs niet toen bleek dat ondanks zijn rotsvaste overtuiging in het geopende graf van de weduwe Wittenberg de schroevendraaier van de klusjesman toch niet uit haar schedel stak.
‘Niet alleen de patiënten, ook de economie ligt op de IC’ riep Maurice opgewonden toen de viroloog die aan het woord was even adem haalde. En toen sloeg het op mij over, de schrik, de panische angst. In mijn hoofd knipperden gedachten als neonlichten ‘we gaan er allemaal naar de kloten, dit moet stoppen!’

De volgende dag was ik weer tot rust gekomen. Toch hadden de emoties van Maurice een kras achtergelaten. Is onze intelligente lockdown (een dwangbuis voor degene die deze formulering heeft verzonnen!) wel zo goed? Weegt het nu redden van tienduizenden veelal oudere levens wel op tegen het leed dat miljoenen voor jaren wordt aangedaan? Een ingewikkelde afweging die elk land moet maken en waarin we zullen zien welke waardes en belangen werkelijk prevaleren in samenlevingen.

Trump en de president van Brazilië zijn hier al een tijd mee bezig. Voor hen staat al lang vast dat de economie voorrang heeft boven de gezondheid. In Europa zijn we nog niet zo ver maar het broeit. Aan de ene kant de angst voor het lijden en sterven van onszelf en onze dierbaren, aan de andere kant het vooruitzicht van een economische meltdown met jarenlange ongekende gevolgen voor het leven en welzijn van de Europeanen en samenlevingen ver daar buiten.

Welke keuze men ook maakt het zal betekenen dat er grote offers moeten worden gedaan. Ik hoop dat dit gebeurt in een geleidelijk proces waarbij erbarmen, ratio en het streven naar een humane wereld zonder armoede en met gelijke kansen voor iedereen voorop blijft staan. Maar nog veel meer hoop ik dat we ver, heel ver wegblijven van de vochtige ogen van Maurice.

Den Haag, 19 april 2020

ANNOUNCEMENT FROM THE KINGDOM OF DENMARK

Trump wil Groenland kopen. Deense regering lacht hem uit. Trump voelt zich beledigd en zegt staatsbezoek af

PLEASE SHARE

Dear people of the earth,

You may not know us, but we are a Kingdom in the north of Europe. With our neighbours Sweden, Norway and Finland we form Scandinavia. We are a peaceful Kingdom but love our ferocious Viking background. So don’t fuck with us!

In the beginning of September, we had an appointment with a person of great importance. We made all the preparations and we were ready and (not so) willing. Two days ago he announced he wanted to buy an autonomous part of our Kingdom to exploit and destroy the environment and build a golfcourse. Of course, we rejected this idiot’s offer. By doing so we accidently kicked him in the balls (we still have that Vikingblood). Now he is mad and mocking in his rocking chair in The White House and won’t visit us anymore.

That leaves us with a big problem. We have 3000 burgers, 2500 kilograms of French fries and 15 gallons of chocolate milkshake in the refrigerator. Not to mention the Happy Meals we have shipped in for his kids. Vikings do not eat this shit and now we have quite a situation.

So, people would you help us? Do you know a president, prime minister or anyone else with a responsibility for a country? We don’t care, everyone is welcome, as long it’s not a vegetarian.

We have a lot tot offer, a meeting with our Queen (you have to be willing to wear a gasmask, because she is a notorious chain-smoker), a huge amount of food (you’ll never see the likes of that, we promise.) We think the last thing we have to offer is the best, especially for the less important people ( for example the prime-minister of the Kingdom of the Netherland, who mostly has to travel by bike) who never ever will experience this in their career. For them we have a completely VIP trip through the city of Kopenhagen. This includes, armoured limousines for the whole family, snipers on the roof, thousands of security officers on the runways, barricaded streets (that will make Kopenhagen a traffic dissaster and you talk of the town), hundreds of spectators (all of them already have been paid so they will be there.) Unfortunately, they have all been equipped with little American flags, sorry for that.

So if you know somebody who would love to visit us on the 2nd and 3rd of September we strongly suggest to call our prime minister Mette Frederiksen, You can reach Mette between 9.00 – 12.30 and 13.30 – 17.00 on working days only. Her cellphone number is 0045634295530

P.S. she can be breastfeeding her little Vikinggirl. So, if she doesn’t answer, just leave a message and she will call you back asap.

Yours Truly,

THE KINGDOM OF DENMARK

Den Haag, 23 augustus 2019

Onverdraaglijk draagbaar maken

Kinderen, ze waren weer niet op de leukste manier in het nieuws. Neem bijvoorbeeld de guitige kereltjes die met hun trainer in een grot vast kwamen te zitten. Wat hebben we met ze meegeleefd. Maar in welk land speelde zich dit toch af? Was dat niet…….ja dat land waar jaarlijks duizenden kinderen (al dan niet door hun eigen ouders) te koop worden gezet om de perverse behoeften van dikke zweterige westerlingen te bevredigen. Gek toch? 15 Voetballertjes die zo te zien van gegoede huizen komen, zijn wereldnieuws. Over duizenden geknakte leventjes in de sloppenwijken hoor je nooit wat. Geen ex- seal die zich voor hen opoffert. Niemand die zich om hun lot bekommert, op een enkele verdwaalde idealistische katholieke priester na en natuurlijk de NGO’s zolang dat nog past in hun strategische keuzes.

Er gebeurt meer op het kinderterrein. Zo worden er om de haverklap Palestijnse pubers doodgeschoten. Die komen dan te dicht bij de grens met hun erfvijand, gooien er brandende dingen overheen en worden vervolgens neergeknald door iets oudere Israëlische dienstplichtigen. Zijn er geen andere methodes? Nee, zegt de Israëlische generaal, want zij gooien granaten en laten brandende vliegers op. Dat is een gevaar voor onze kinderen en wijst naar de vlak aan de grens gevestigde kibboets. Maar hoe zit het dan met de Palestijnen? Zijn er in Gaza geen ouders die hun kinderen verbieden om er naartoe te gaan. Heeft het Hamasgezag geen politie die de onbezonnen jeugd bij het hek weghoudt? Natuurlijk hebben ze die. Maar hij is gestorven als martelaar van het volk zeggen de ouders over hun omgekomen zoon. Een publicitaire atoombom dat kleine grut denkt de geharde Hamas commandant, terwijl hij de moeder zacht troostend over haar hoofd aait en vader een jaar aan voedselbonnen geeft.

Ook in ons land zijn we gek op het redden van kindertjes. Wie heeft niet mee geschreeuwd met het ‘legendarische’ lied ‘Wat zou je doen’ dat al even ‘onvergetelijk’ werd vertolkt door de ‘onwaarschijnlijke’ combinatie van Marco Borsato en Ali B. ‘War Child’ riep iedereen en keek ontroerd naar de beelden van de onschuldig ogende kindsoldaten die in hun jonge leventjes al zo veel gruwelijks hadden moeten uitvoeren en ondergaan. De marketingmachine van War Child draaide overuren en zo ook de afdeling donaties. Mooi hoe een klein land toch groot kan zijn!

Maar toen hadden we nog niet van IS gehoord. Het sadistische psychopatenleger van Allah. De oranje overals, de onthoofde lichamen en kooien met brandende soldaten. Veel gruwelijker hadden we het nog niet gezien. Bij IS zitten kinderen met de Nederlandse nationaliteit. Deze keer geen gelikte marketingmachine, geen Marco en Ali die de longen uit het lijf zingen voor deze kinderen en zeker geen donaties. Nee, deze kinderen zitten samen met hun psychopathische IS moeders ver weg in opvangkampen. Vader is waarschijnlijk al lang dood of zit nog ergens in de grotten van Tora Bora zijn salah op te dreunen. Ondanks het feit dat deze kinderen niet minder hebben geleden dan de War Child doelgroep, willen we ze hier niet. Plotseling is dit mooie land niet meer zo groots. Angstig worden de luiken dichtgegooid en laat de premier weten dat hij deze kinderen aldaar zal laten verrotten in de woestijnzon en vergiftigen door een fascistoïde, morbide, apocalyptische ideologie die hen zal veranderen in gevoelloze, gewelddadige sadisten.

Het ene kind is het andere niet. Ben je het ‘ene kind’ dan word je liefdevol opgepakt, gekoesterd, voor je gebeden en intens met je meegeleefd. Ben je het ‘andere kind’, dan zal niemand zich over je bekommeren. Dan is het lijden eindeloos en zal je vroegtijdig sterven aan honger, criminaliteit, ongeschikte ouders of simpelweg aan dat je de ellende en het lijden niet meer aankunt. 22.000 Kinderen treft dagelijks dit lot. Dat is een onverdraaglijke realiteit. Misschien moeten we daarom maar blij zijn dat er van die ‘ene kinderen’ zijn. Kinderen die een gezicht hebben waarmee we ons kunnen identificeren en die praktische problemen hebben waardoor we wat voor hen kunnen betekenen. Op die momenten wordt het onverdraaglijke toch nog even dragelijk.

Erichem, 1 augustus 2018

Roofdieren voor de klas

Juffrouw Hardonk was een onaantrekkelijke verschijning. Haar gepermanente haar, gebreide mantelpakjes en gehoornde bril met jampotglazen op haar vette neus maakten haar jaren ouder dan zij toen moet zijn geweest. Juffrouw Hardonk was een nare vrouw met een kort lontje, duldde geen tegenspraak en zag haar autoriteit constant bedreigd door 9-jarige snuiters. Regelmatig liep bij haar de emmer over en ontstak zij in grote woede. Het vadsige lijf kwam dan in actie, sleurde een kind uit de schoolbanken en met een de souplesse die ik alleen nog maar in de nachtelijke gevechten van Casius Clay had gezien, haalde zij meerdere keren vernietigend uit naar het hoofd, de billen of de buik van het weerloze slachtoffertje. Wanneer haar perverse behoeften waren bevredigd liep zij het lokaal uit. Een sidderende klas, een huilend kind en omvergeworpen schoolmeubilair achter zich latend.

Maar juffrouw Hardonk was nog niet eens de ergste psychopaat op deze school. Die titel gaat naar meester de Baat. Deze hellehond werd gevreesd door alle kinderen. Was juffrouw Hardonk nog enigszins voorspelbaar, meester de Baat was volstrekt onberekenbaar en vele malen gemener. Ik probeerde meester de Baat zo veel mogelijk te mijden, maar dat bleek onmogelijk. Als een hongerig roofdier zocht hij naar zijn prooi en op een dag viel zijn oog op mij. Om redenen die mij tot vandaag onbekend zijn haalde hij mij na het buitenspelen uit de keurig geformeerde rij, zette mij in een hoek van de gang en dwong alle kinderen uit mijn klas mij te schoppen. Het merendeel van de kinderen durfde hem niet te trotseren en voerden zijn opdracht uit. Nadat tientallen kinderen mij hadden geschopt maakte hij het af met een keiharde vuistslag in mijn lies. Dat had hij beter niet kunnen doen. Er vormde zich een enorme blauwe plek die een paar dagen later door mijn moeder werd opgemerkt. Zelfs voor het milieu waar ik ben opgegroeid, waar men er voor wat betreft geweld tegen kinderen een losse moraal op na hield, was dit te gortig. Nadat mijn vader eerst juffrouw Hardonk voor het oog van de kinderen verrot had gescholden en daarna meneer de Baat voor de klas bijna in elkaar had geslagen werd ik van school gehaald en op een andere school geplaatst. Voor mijn ouders en de school was daarmee het probleem opgelost. Hardonk en de Baat waren publiekelijk door mijn vader vernederd en hij had daarmee zijn gram gehaald. De school was al lang blij dat het hierbij was gebleven.

Nog beduusd van de gebeurtenissen werd ik op de nieuwe school hartelijk verwelkomd door meester K. Een joviale man van rond de 30. Halflang blond haar, lang, slank, een schaterende lach en vooral zachtaardig. In niets leek hij op de monsters van de andere school. Maar al snel had ik in de gaten dat er ergens iets niet klopte. Meester K. was wel heel erg joviaal en handtastelijk. Dagelijks nam hij een jongetje op schoot en uren achtereen betastte, knuffelde, zoende en kriebelde hij dat kind. Dat deed hij gewoon voor de klas, achter zijn bureau. De rest van de kinderen keken er niet van op en gingen door met hun werkjes alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Als nieuw prooidier probeerde hij het ook met mij. Op een dag pakte hij mij beet en probeerde mij op zijn schoot te trekken. Geluk bij een ongeluk was ik kopschuw geworden door mijn eerdere ervaringen met leraren. Ik rukte mij uit zijn omhelzing los en rende weg. Daarna heeft hij het niet meer geprobeerd. Niet lang daarna nodigde hij mij uit om na school een keer mee te gaan zwemmen, samen met het jongetje dat dagelijks bij hem op schoot zat. Hoewel ik aarzelde won de trots dat de meester mij hiervoor vroeg, het van de argwaan. In het zwembad hield ik afstand van hem, het jongetje niet. Ik weet niet of meester K. echte pedoseksuele handelingen heeft verricht maar het voordeel van de twijfel krijgt hij niet van mij. Over de schade die hij heeft aangericht bestaat geen twijfel. Een paar jaar geleden sprak ik het jongetje dat nu een volwassen man is. Als meester K. niet al eerder aan kanker was overleden had hij hem wel naar zijn eeuwige rustplaats begeleid. De gevoelens van woede en schaamte waren na al die jaren nog steeds niet gesleten.

Na een relatieve rust op de MAVO, waar men een lerarenkorps bij elkaar had gescharreld dat succesvol mee had kunnen doen met een absurdistische Monty Python sketch maar verder redelijk fatsoenlijk was, ging het op de HAVO weer mis. Ik zal zijn echte naam niet noemen, maar wij noemden hem Fox. Hij bekleedde een belangrijke functie en als er stront aan de knikker was, dan kwam Fox. Hij was een jaar of 55 zag er onberispelijk uit, had iets vaderlijks en eigenaardigs. Als hij met je sprak ging hij dicht tegen je aanstaan en verdween zijn hand onder je overhemd. Zo maar, zonder enige aanleiding of waarschuwing. Zijn hand bewoog dan rustig over je blote rug, je buik, je borst, ondertussen keek hij je recht in de ogen en praatte gewoon door alsof er niets aan de hand was. Ik was onthutst toen het mij voor de eerste keer overkwam. Bij navraag bleek dat hij dit bij meerdere jongens deed, nooit bij meisjes. Het gevolg was dat als Fox in de buurt kwam alle jongen hun overhemd stevig in hun broek propten en truien strak langs het lijf werden getrokken. Voor Fox maakte dat niet uit, die friemelde net zo lang tot hij een gaatje had gevonden en zijn gulzige hand over het jonge jongensvlees kon laten glijden.

Op meester K. na, die is verteerd door de kanker, hebben alle personen in dit stukje hun pensioengerechtigde leeftijd in het onderwijs gehaald. Van meester de Baat weet ik dat hij nog jaren lang kinderen heeft mishandeld. Juffrouw Hardonk had nadat de Baat met pensioen was gegaan haar leven gebeterd en is uiteindelijk als een geliefde juf met pensioen gegaan. Van Fox weet ik het niet, hij zal wel op zijn pootjes terecht zijn gekomen.

Laatst zag ik een documentaire over Jimmy Saiville, een van de grootste roofdieren allertijden. Na zijn dood kwam uit dat dit heerschap in zijn tijd als presentator van Top of The Pops en vedette bij de BBC duizenden piepjonge kinderen en jong volwassenen had misbruikt. Alle grootheden uit de jaren 70 en 80 hebben het geweten. We hebben het dan over The Rolling Stones, The Beatles, U2, David Bowie. Allemaal mensen die wel wisten wat er mis was met de maatschappij, maar voor Jimmy sloten zij de ogen of keken zij de andere kant op. Een uitzondering hierop was Johnny Rotten van de The Sex Pistols, maar die nam toen niemand serieus.

Met Jimmy vergeleken zijn de roofdieren uit mijn tijd klein bier. Maar ook zij hebben de ruimte gekregen om een leven lang kinderen te misbruiken en mishandelen. Die kregen zij van schoolbesturen, collega’s en ouders die de gedragingen bagatelliseerden of domweg negeerden. Pas jaren na zijn dood hoorde ik de eerste geluiden over ‘het achteraf toch wel vreemde gedrag van meester K.’ in de gesloten gemeenschap waar ik ben opgegroeid. Van meester de Baat bleek bekend te zijn geweest dat hij in de oorlog in een Jappenkamp had gezeten. Men wist dat rond mei de stoppen bij hem doorsloegen maar er was niemand die het hem belette om dit op de kinderen uit te leven. Van Hardonk was bekend dat voordat zij op die school kwam werken, geschorst was geweest als lerares. Toch stonden zij zonder supervisie voor de klas en kregen alle gelegenheid om hun kinderhaat in de praktijk te brengen. Achteraf gezien is het diep triest dat het leed van al die kinderen voorkomen had kunnen worden als er iemand het lef had gehad om de kat de bel aan te binden.

We zijn nu 40 jaar en vele misbruikschandalen verder. Ik vraag mij wel eens af, zou dit nu ook nog voor kunnen komen? Ik maak mij geen illusies, roofdieren zijn van alle tijden, blindheid ook.

Erichem, 10 november 2017

Zum kotzen

Wat niet meer dan een rimpeling in het politieke ruimte-tijdcontinuüm zou moeten zijn, had zich in mum van tijd ontwikkeld tot een orkaan van ongekende kracht. Althans op de borrelen van de bekende onderbuikvullers als het AD en de Telegraaf, de rechts-radicale shockblogs als GeenStijl en The Post Online en natuurlijk bij de oerfascisten van het Forum voor Democratie en de PVV. Er was een documentaire gemaakt over Jesse Klaver die zou worden uitgezonden door BNN/VARA. Deze omroep had na de ondergang van de huispartij, de PVDA, een nieuwe partner gezocht om haar verlichte boodschap aan de man te brengen en was bij het fenomeen Jesse Klaver terecht gekomen. De documentaire was gemaakt door een vriend van Jesse. Dat was voor de omroepbazen geen punt geweest. Zij waren wel gewend dat prominenten van de afgedankte huispartij andere prominenten van die partij aan de tand voelden. Dat was nooit een probleem geweest omdat de aangeboren drang tot zelfvernietiging in die partij garant stond voor spraakmakende tv.

Maar de tijden zijn veranderd en na een uitgekiende campagne van de rechtse bullebakken die niet twijfelden maar wisten dat deze vriend van Jesse van ‘onze centen’ een propagandafilm had gemaakt, besloot BNN/VARA (of was het de netmanager) af te zien van uitzending. Overigens had niemand het ongetwijfeld professioneel in elkaar geknutselde werkje nog gezien. Ik vond het allemaal sterk overdreven. Wie zegt dat vrienden die beiden als professional hun werk doen niet kritisch op elkaar kunnen zijn? Waarom zou je hen niet het voordeel van de twijfel geven en pas achteraf een oordeel vellen als je de documentaire hebt gezien?

Veel kwalijker vond ik de inhoud van de documentaire. Er blijkt gefilmd te zijn bij de uitvaart van Jesse’s moeder. Ik moet er bij zeggen ik heb het niet gezien maar in verschillende publicaties gelezen. Afgezien van het feit dat dit ongetwijfeld allemaal smaakvol en integer in beeld zou zijn gebracht huiver ik bij de gedachte dat een politicus zich hiervoor leent. Sowieso had ik al bedenkingen bij de manier waarop Klaver zijn half Marokkaanse afkomst, zijn odyssee door het onderwijsbestel en zijn eenvoudige edoch wijze opa gebruikte voor zijn politieke gewin. Deze personalisatie van het gedachtengoed en het koketteren met het martelaarschap zou je eerder bij een Amerikaanse presidentskandidaat verwachten en we weten allemaal hoe Groen Links zich verhoudt tot onze Atlantische vrinden. Maar goed, om Barry Hay te citeren: ‘there is no such thing as perfect paradise’. Dus ik nam het voor lief en de resultaten bij de verkiezingen bleken navenant goed te zijn.

Overigens over Barry Hay gesproken. Ik heb onlangs zijn biografie gelezen. Een alleszins leesbaar boek waarin zijn afkomst, zijn familie (die niet al te prettig was) en zijn leven als rockstar zijn beschreven. Jammer dat de link met mijn familie er niet in genoemd werd. Barry kwam namelijk geregeld kreeft bij mijn vader kopen. ’s Avonds vertelde mijn vader dan ‘dat die vent van de Golden Earring was geweest en weer een andere meid bij zich had, ook weer zo’n mager scharminkel’.

Het beeld dat van Barry in deze biografie wordt geschetst is er een van een naïef jongetje dat een groot deel van zijn leven in de snoepwinkel van seks, drugs en rock ‘n’ roll heeft doorgebracht en uiteindelijk door een krachtige vrouw op het goede spoor is gezet en gehouden. Een oprecht verhaal, zonder de valse rockstarheraldiek. Een schril contrast met hoe Klaver zijn afkomst en levensverhaal gebruikt om de status van de linkse Messias op te eisen.

God zij dank is de uitzending van de documentaire geschrapt en blijven mij de beelden bespaard van een Jesse Klaver die het laatste overgebleven kopje van het trouwservies van zijn moeder voorzichtig in een kartonnen doos propt, in de camera kijkt en met betraande ogen, zachte stem en soft focus de oorsprong van zijn passie en idealen nog eens aan de kijker toelicht.

De kotszakjes kunnen weer terug in de kast.

Den Haag, 28 augustus 2017

Het is hier onveilig……

Column geschreven voor de nieuwsbrief van het adviesbureau Bosman & Vos

Dit hoor ik geregeld in teams en soms is dat ook zo. Er zijn situaties waarin mensen worden gepest, fysiek bedreigd of geïntimideerd. Echter veel vaker is het gevoel van onveiligheid niet op de realiteit gebaseerd, het gevaar is er immers niet. Het is een vorm van slachtofferschap waarbij de aanleiding van de eigen onzekerheid of geraaktheid bij de ander wordt neergelegd. Met andere woorden, niet mijn onzekerheid is het probleem, maar degene waarbij ik mij onzeker voel. Het is de ander die mij raakt en die moet veranderen.

Ik kwam het laatst tegen bij een training die ik gaf aan aspirant teamcoaches. De groep kreeg een ingewikkeld vraagstuk met veel keuzemogelijkheden. Daar kwam men niet goed uit. Er was geen leiderschap, men ging voor de eigen oplossing en probeerde coalities te sluiten. Bij de nabespreking zei een van de aspirant coaches dat hij zich onveilig had gevoeld. Ik was verbaasd, volgens mij ging het om wie het voor het zeggen had. Wel was mij opgevallen dat hij weinig medestanders had gevonden en flink op de huid was gezeten door collega’s die het niet met hem eens waren. Tijdens het gesprek werd duidelijk dat hij de neiging had om zich in een dergelijke situatie terug te trekken en een slachtofferrol aan te nemen. Een mooie uitdaging voor een aspirant coach.

Onveiligheid is een illusie als er geen gevaar is. Dat is waar, maar daar heeft de persoon in kwestie weinig aan, voor hem of haar is het realiteit. Het ontkennen van de onveiligheid werkt averechts, het versterkt het gevoel waarschijnlijk alleen maar. In het voorbeeld met de aspirant teamcoach is er juist uitgebreid op ingegaan. Hierdoor werd voor hem duidelijk dat er geen reel gevaar was en de onveiligheid een defensie, om de eigen gevoeligheden te beschermen. Het gevoel van onveiligheid veranderde er niet door, maar wel waar de aanleiding lag. Niet bij de ander, maar bij zichzelf……dan ontstaat eigenaarschap en een wereld aan mogelijkheden om er wat mee te gaan doen.

Erichem, 21 juni 2017