Een gebroken hart

Disclaimer
Sinds kort heb ik mijn op het daten gestort. Daar maak ik van alles in mee. Ik schrijf zo nu en dan over mijn ervaringen. Of het nu beschamend is, ongemakkelijk, oneerlijk, vunzig, gemeen, laf of alleen maar lief en serieus, als het zo is geweest schrijf ik het zo op. Ik doe dat met respect voor de vrouwen waarmee ik heb gedatet. Bij sommigen lukt dat niet helemaal, maar daar hebben ze het dan ook zelf naar gemaakt.
Alles is waargebeurd, soms is iets uitvergroot maar dat heeft alleen tot doel om het verhaal beter te maken, niet om iemand belachelijk te maken.

Na een tijdje appen was gisteren de dag waarop we elkaar gingen ontmoeten. Het was druilerig en grijs. Het plan was om over het strand te lopen en al keuvelend elkaar de nieren te proeven.
’s Ochtends hadden we al appcontact gehad. Ik appte dat ik vroeg wakker was, omdat ik had gedroomd. Dat deed zij ook wel eens appte ze en dan droomde ze over taartjes. Tsja, ik had gedroomd over Raisa Blommestijn die m’n neus in haar vagina wilde stoppen. Het leek mij niet bijdragen aan een geslaagde date als ik dit nu al  zou onthullen en heb het maar bij een ‘rare’ droom gehouden, wat feitelijk ook klopte. Het was voor mij wel gelijk duidelijk dat als het wat zou worden, wij voor wat betreft interesses nog wel wat te overbruggen hadden. 
Zoals altijd was ik op tijd. Zij te laat. Maar goed, kniesoor die daarop let. Uiteindelijk hebben we het toch over een potentiële levenspartner en die ga je niet bij de eerste ontmoeting aanspreken op het nakomen van afspraken. Daar is meer dan genoeg gelegenheid voor als het eenmaal een relatie is.
Toen ze uit haar auto stapte zag ik gelijk waar die taartjes waren gebleven. Verder had ze echt haar best gedaan. Ze had zich goed opgemaakt, niet te dik in de foundation, eyeliner en lippenstift keurig binnen de lijntjes. Goud ringetje aan de vinger en een eveneens gouden armbandje om haar pols. Ze had zware borsten die keurig door haar jurk – die een goede snit had en er niet goedkoop uitzag – op hun plaats werden gehouden. Haar lengte viel me wat tegen.
De wandeling was kort, regen en wind maakten het niet erg aantrekkelijk. Ze was erg zenuwachtig, vertelde in detail over de moeilijke tijd die ze achter de rug had. Normaal gesproken haak ik gelijk af als mensen dat doen tijdens de eerste kennismaking. Bij haar niet. Ik snapte haar wel.
We ploften neer in een shabby hotel en bestelden koffie. Daar ging het gesprek verder. Eerst ratelde ze maar door over mensen en onderwerpen die mij totaal niet interesseerden. Gaandeweg kreeg ze zichzelf meer onder controle en er ontstond een geanimeerd gesprek over het leven, de tegenslagen en relaties. Voor dat ik het wist deelde ik met haar mijn reflecties op mijn vorige relaties, waarbij ik mijzelf ook niet spaarde. Iets wat ik normaal gesproken nooit doe op een date.
Na tijdje is in zo’n date alles wel besproken en komt het moment waar het uiteindelijk om gaat, ‘gaan we verder of niet?’ Ik doe altijd m’n uiterste best om dat moment te vermijden. Ik handel het wel via de app af. Ik maak mijzelf wijs dat ik de tijd nodig heb om het even te laten bezinken maar dat is lariekoek natuurlijk. Ik vind het gewoon heel ongemakkelijk.

Meestal lukt dat, maar niet bij deze dame. Precies op het juiste moment stelde ze DE vraag en beantwoordde die zelf.
‘Ik vind je een hele aantrekkelijke en interessante man en ik wil graag met je verder daten.’
Ik wilde niet verder. Het was echt een lieverd maar niet de persoon voor mij. Ook lichamelijk klikte het niet. Maar hoe zeg je dat? Ik vond haar te aardig om haar plompverloren te zeggen dat ik haar niet aantrekkelijk vond. Gelukkig herinnerde ik mij de sandwichmethode uit een feedbacktraining.
Ik bedolf haar eerst onder complimenten: lief, empathisch, verbindend en erg geïnteresseerd, prettige gesprekspartner, zuiver en puur. Toen de klap ‘maar ik voel de klik niet, wel als vriendschap maar niet in de romantische zin’ en dan weer snel met een compliment eroverheen, dat ik het ontzettend stoer vond dat zij het zo ter sprake bracht.
Ze was hier echt door aangeslagen en een ongemakkelijke stilte volgde die ik met niet ter zake doende opmerkingen probeerde te doorbreken.

We liepen terug naar de auto en ze begon mij vragen te stellen.
‘Zeg, geloof jij echt dat er de eerste keer een klik moet zijn? Het kan toch ook groeien?’
Ik hoorde voor het eerst venijn in haar stem.
‘Ja, dat kan natuurlijk groeien maar dan moet ik wel al wat gevoeld hebben. Maar dat heb ik niet. Ik zou een vriendschap wel leuk vinden’.
Ik dacht, ik ben maar duidelijk.
‘Nou ik heb genoeg vrienden daar zit ik niet op te wachten’.
‘Dat begrijp ik, maar die keuze is aan jou’ zei ik afgemeten, mij er zo vanaf makend.
De resterende meters naar de auto liepen we zwijgend naast elkaar.
Bij de auto gaven we elkaar een knuffel.
‘Zullen we toch nog contact houden’ vroeg ze aarzelend.
‘Is goed’ zei ik, wetende dat dit toch niet zou gebeuren.

Den Haag, 29 augustus 2023

Schrijverschap

‘The future is getting smaller and the past is getting bigger.’ Aldus Martin Amis in een interview van 8 jaar geleden. Fascinerende figuur en net dood. Een schrijver met een levensstijl die je nu amper meer tegenkomt. Non-conformistisch, extreem, hyperseksueel en vooral veel drank en drugs. Een leven waar ik van droomde maar gelukkig niet heb geleefd.

Ik heb één boek van hem gelezen: ‘Geld, afscheidsbrief van een zelfmoordenaar.’ Ik kan mij nog herinneren dat ik er geen reet van snapte en het vooral heel veel ging over seks met geile vrouwen in bordelen. Ik heb het in 1992 gelezen, toen was ik 29. Ik weet dat ik verbaasd was omdat zijn vader Kingsley Amis was. Ik zag hem toen als representant van de deftige Engels literatuur. Little did I know, die man was ook een dronkenlap en vrouwenverslinder. Ik denk dat ik ‘Geld’ nog een keer ga herlezen. Misschien dat een bijna 60-jarige er nu meer in herkent.

Maar wat een verschil met al de huidige deugneuzen die sensitivity readers (moeten) toelaten en elk woord dat het rechtsvaardigheidsgevoel van een luidruchtig groepje intersectionele warroirs verstoort moet verwijderen. Helaas is het wel deze kleine groep die nog boeken leest. Deze generatie gaat zeker geen Martin Amis voortbrengen en zal het moeten doen met de Rutger Bregmannen. Trouwens we hebben er nog één en dat is Michel Houellebecq. Alhoewel, heeft zijn renommee met zijn deelname aan een pornofilm, en daar later spijt van krijgen, ook wel iets van z’n glans verloren.

Toch heeft de openingszin van dit stukje mij wel gegrepen. Ook voor mij geldt dat ik meer heb om te herinneren dan om nog te realiseren. Afgezien van het persoonlijke streven naar geluk en innerlijke rust dat universeel is in elke levensfase, heb ik nog één hartstochtelijk gekoesterde wens: schrijven.

Ik heb al meerdere pogingen gedaan maar tot een doorbraak is het nog niet gekomen. Dit heeft te maken met mijn drang tot perfectie (het moet gelijk goed zijn), de twijfel of ik het wel kan en het ongeduld om de tijd te nemen om iets te ontwikkelen. Dit vergt enige toelichting. Ik heb in mijn werk een ontwikkeling doorgemaakt. Die ging eigenlijk vanzelf. Ik deed dat werk, ik ging mee met de flow en ik heb ook talent. Niet onbelangrijk, is heb altijd geweten dat ik iets anders, iets bijzonders kan brengen in mijn vakgebied. Dat werd niet overal bevestigd. Dan voelde ik mij onbegrepen maar twijfelde niet aan de juistheid van mijn opvattingen.

Met schrijven is dat anders. Door een oorzaak die ik nog niet helemaal kan thuisbrengen heb ik met schrijven veel meer last van kritiek en laat ik mij snel uit het lood slaan waarna ik lange tijd niet meer schrijf.

Ik heb er onderzoek naar gedaan en het blijkt dat veel schrijvers dergelijke tere zieltjes hebben. Heel anders is dat bij podiumartiesten. Ik luister veel naar de podcast van Theo Maassen (Ervaring voor Beginners) waarin hij artiesten en kunstenaar één uur laat vertellen hoe zij zich hebben ontwikkeld tot wat zij nu zijn. Centraal staat daarin hoe ze om gaan met kritiek, hun mislukte projecten en waar ze de inspiratie vandaan halen. De rode draad in het verhaal is: hard werken, vaak uithuilen en opnieuw beginnen en – ja het moet er wel zijn – talent hebben. Hoe hard je ook werkt en probeert, zonder talent ga je nergens goed in worden. De grote vraag is dan wel, wat is talent? Daar komen ze tot nu toe nog niet helemaal uit, maar ik heb ook nog maar 8 van de 35 podcasts geluisterd.

Er zullen ongetwijfeld bibliotheken vol geschreven zijn over talent. Die heb ik niet gelezen. Ik weet alleen dat ik talent heb voor het werk dat ik doe. Dat weet ik omdat ik er goed in ben maar er is meer. Ik heb nooit moeite hoeven te doen om het te leren. Ik kwam op het hbo en vanaf dag één had ik het door. Er werd gesproken over processen en ik zag de lijntjes in m’n hoofd lopen. Ik wist en weet nog steeds intuïtief gelijk of iets goed is of niet. Dat is volgens mij talent.

Met schrijven heb ik dat een stuk minder. Soms denk ik echt dat iets heel goed is maar dan denkt de omgeving er anders over. Wat dan ontbreekt – en ik in mijn werk wel doe – is dat ik gewoon doorga. Als schrijver trek ik mij terug omdat ik de rotsvaste overtuiging dat het goed is nog niet mij verankerd is. De vraag die dat oproept: is dat een ontwikkelingsvraag waaraan hard gewerkt moet worden of is het een signaal om ermee te stoppen omdat het talent ontbreekt.

Deze vraag beantwoord ik geregeld. Het antwoord is altijd afhankelijk van mijn laatste werkje en de reactie daarop. Daarmee is het beantwoorden van dit soort vragen zinloos. Het willen schrijven komt steeds weer terug en heb ook constant verhalen in mijn hoofd. Al zou het talent er niet zijn, dan zijn de fantasie en het verlangen er zeker wel.  Dat moet toch voldoende zijn om een bescheiden oeuvre op te bouwen?

Om terug te komen op Martin Amis, zijn quote past op het grootste deel van mijn leven, alleen voor het schrijven is het precies omgekeerd. Daarvoor is de toekomst nog oneindig groot.

Den Haag 29 mei 2023

Excuses voor de slavernij. Een humaan hoogtepunt.

Op 19 december was het dan eindelijk zo ver. Na veel oprechte spijtbetuigingen door diverse hoogwaardigheidsbekleders en de excuses van alle grote steden, heeft de Staat der Nederlanden excuses gemaakt voor de slavernij. Gedaan door Rutte en toegelicht door de naar de oude koloniale gebieden uitgewaaierde ministers en staatsecretarissen. Indonesië was hiervan uitgesloten. Begrijpelijk want daar liggen ze nog steeds in een deuk sinds de koninklijke obees daar zijn appoli-enehnogwattes heeft aangeboden. Het liefste hadden ze hem nu ook in de oude wingebieden gehad. Heerlijk zo’n 55-jarige machtige witte man die zich onsterfelijk belachelijk maakt.

Maar daar gaat dit stukje niet over. Het gaat ook niet over de puinhoop die onze andere nationale ramp, de plaag genaamd Mark Rutte van dit verontschuldigingsproces heeft gemaakt. Het gaat hier om meer gewichtige kwestie. Namelijk een onderzoek naar wat voor zin het heeft om eeuwen later nog excuses te maken voor iets waar de huidige bewoners van onze planeet part nog deel aan hebben gehad.

Laten we beginnen bij waar het nu werkelijk omgaat. Volgens van Dale is de definitie van slavernij als volgt: de toestand dat mensen niet vrij zijn omdat ze het bezit zijn van iemand anders. Van oudsher bestaat de slavernij. Noem maar een volk en ze hadden slaven. Veelal bestonden die uit overwonnen vijanden van wie het leven was gespaard en nu voor de rest van hun armetierige bestaan het bezit van de overwinnaar waren. Geen benijdenswaardig bestaan. Er bestaan ook legio voorbeelden van slaven die een prima leven hebben gehad met hun eigenaren, maar dan moesten ze wel over bijzondere eigenschappen beschikken. Voor de gemiddelde slaaf was het leven een hel waarbij ze aan de willekeur van hun meesters waren overgeleverd.

Overigens kon je ook zo moeten leven zonder dat je geschaakt was door een vijandige stam. In Rusland was het tot 1861 bij wet geregeld dat landeigenaren volledige zeggenschap hadden over het leven van de boeren die op hun land werkten. Er werd niet over eigendom gesproken maar ook hier gold dat je als lijfeigene een miserabel leven had dat op elk moment door de Bojaren straffeloos kon worden verpest of zelf beëindigd. Tenslotte zijn er ook nog 1 miljoen Europeanen in het Middellandse Zee gebied tot slaaf gemaakt door de Arabieren, een niet onbelangrijk detail in de geschiedenis van de slavernij die nu vooral is gepinpoint op het tot slaaf maken van de mens van kleur uit Afrika.

Toch is er met de slavernij waarvoor nu excuses zijn gemaakt iets anders aan de hand. Op het eerste gezicht lijkt dit niet anders te zijn dan gebruikelijk is bij alle vormen van de slavernij. Echter deze slavernij onderscheidt zich op één belangrijk punt van alle anderen: het racisme. Zwarte slaven waren geen mensen. Misschien een tussenvorm van mens en dier maar zeker geen mensen zoals de blanke Europeanen, die ze bij bosjes opkochten van Afrikaanse slavenhandelaren, wel waren.

Maar aan alles komt een einde en na eeuwen van brute onderdrukking en uitbuiting werd 1 juli 1863 de slavernij in Nederland officieel afgeschaft. Dat pakte toch anders uit. De vrijgemaakten waren straatarm en werden aan hun lot overgelaten. Voor hen restte diepe uitzichtloze armoede in een wereld die doordrenkt was van racisme en vooroordelen jegens hen.

We zijn nu ruim 200 jaar en ruim 8 generaties verder. Tijd voor excuses, maar waarom eigenlijk? Het is lang geleden en niemand die er direct baadt bij heeft gehad of schade heeft ondervonden leeft nog. Dit zijn voor mij de argumenten geweest om het hele gedoe over de slavernij als politiek gemotiveerd weg te zetten. Hier ben ik op teruggekomen. Ik lees steeds meer in de wetenschappelijke literatuur dat trauma’s overdraagbaar zijn. Namelijk ‘dat langdurige stress en angstervaringen generaties lang biologisch worden overgeërfd. Hiernaar is veel onderzoek gedaan bij nakomelingen van slaven. Het traumatische verleden van hun voorouders zit nog steeds in de genen van de zwarte kinderen die wij momenteel in de groep hebben.’

Hoewel de kennis hierover nog pril is, zijn er voldoende aanwijzingen om de overdracht van trauma van generatie op generatie serieus te nemen. In een van de artikelen wordt verwezen naar de Tweede Wereldoorlog. Tot op de dag van vandaag kampen er nog nazaten van oorlogsslachtoffers met psychische klachten die zij van de vorige generaties hebben meegekregen.

Als erkenning een van de helende remedies is bij trauma’s is het aanbieden van de verontschuldigingen een humane daad waar we als samenleving trots op kunnen zijn en is er een stap gezet in de verwerking van een eeuwenlang verschrikkelijk onrecht. Deze verwerking is niet alleen van belang voor de slachtoffers maar ook voor de daders. Want hoe je het wendt of keert een deel van de welvaart in Nederland is te danken aan de inzet van slaven. In de hoogtijdagen bedroeg dat 5% van het bbp. Ter vergelijking de Rotterdamse haven is nu 6% van het huidige bbp.

Dus komt ook de vraag om een schadevergoeding op. Ik ben een voorstander. Een geldelijke vergoeding hoe symbolisch die ook is helpt bij de verwerking van het onrecht. Het gaat waarschijnlijk niet gebeuren want juridisch gezien is er geen poot om op te staan. Moreel is die noodzaak er wel. Ik hoop dat er nog een miljard uit de staatskas gevist kan worden en dat die verdeeld kan worden onder de nazaten van de slachtoffers van de slavernij. Dan zou in plaats van een trauma een hoogtepunt van menselijkheid en beschaving van generatie op generatie doorgeven kunnen worden.

Onderzoekers noemen dit het Posttraumatisch Slavernij Syndroom.’https://earlyyearsblog.nl/…/hoe-een-eeuwenlang-trauma…/.

Ook in het artikel dat ik onlangs op ‘DOQ arts aan het woord’ heb gelezen komt hetzelfde, niet specifiek gericht op de slavernij, aan de orde. https://www.doq.nl/zwangere-vrouw-draagt-jeugdtrauma…/….

Simonistisch

Den Haag – Stockholm – Den Haag

7 mei 2023

Van Prins Pils tot Koning WAppie

Erg gelukkig is onze nationale stuntelaar in zijn leven niet geweest als het gaat om keuzes maken. Niet alleen het gebrekkige beoordelingsvermogen, maar ook de hang naar ordinair volksvermaak maakten hem tot dé existentiële crisis van de monarchie. Gelukkig zag zijn moeder dit snel in, zij kende de reputatie van de mannelijke lijn van het geslacht der Oranjes als geen ander en omringde hem met wijze mannen en vrouwen. Zij hebben hem, op een incidentje met premier Kok na, aardig in het gareel gehouden. Daarna nam een Argentijnse steppeprinses het stokje van zijn moeder over. Hiermee leek het gevaar bezworen en deed zich een onverwachte metamorfose voor. Prins Pils werd koning WA.

Ik had er toen mijn geld niet op durven zetten, maar het is best nog een tijd goed gegaan. Totdat Corona genadeloos de zwakte van WA en zijn Argentijnse trekpop blootlegt. Eerst een foto waarop hij, eruitziend als een sjofele Haagse horecaboer na een fuck-the-lockdown feest, geen afstand houdt. En dan nu de herfstvakantie in Griekenland, terwijl het volk wordt gemaand thuis te blijven.

Geschrokken van de reacties keerde hij binnen 24 uur met hangende pootjes terug. Duidelijker kan het niet worden. Een koning die tijdens de grootste crisis naar de 2de wereldoorlog het land verlaat en dan terugkeert omdat hij geschrokken is van de reacties van het volk is ongeschikt voor zijn ambt. Al kan je hier tegenwerpen dat hij altijd nog sneller was dan zijn overgrootmoeder, die deed er 5 jaar over.

Heel misschien dat onze stoethaspel zich nog tot het volk zal richten. Met een ‘mijn vrouw en ik willen ons ecuveren, extukeren eh, sorry zeggen…’ vernietigt hij dan zijn laatste restje gezag. Daarna verwacht niemand meer wat van hem en kan hij eindelijk zijn wie hij is, een lege huls, koning WAppie.

Ik zou het hem zo gunnen.

Den Haag, 18 oktober 2020     

De vochtige ogen van Maurice

Al zappend door de ledigheid van een zaterdagavond in lockdown stuitte ik rond elven op het pokdalige gezicht van Maurice de Hond in de talkshow Op1. ‘Nederland wordt voor niets kapot gemaakt’ zei hij met hetzelfde fanatisme als waarmee hij eerder het leven van een klusjesman verwoestte, gezonde scholen met z’n iPad om zeep hielp en last but not least steevast de verkeerde winnaar van de verkiezingen voorspelde. Waarom hij dit zei wist ik niet, ik viel pas in toen hij met deze conclusie zijn betoog afrondde. Een trilling in zijn stem en zijn vochtige ogen verraadden zijn gemoedstoestand. Niet eerder had ik ons nationale dwaallicht zo gezien. Zelfs niet toen bleek dat ondanks zijn rotsvaste overtuiging in het geopende graf van de weduwe Wittenberg de schroevendraaier van de klusjesman toch niet uit haar schedel stak.
‘Niet alleen de patiënten, ook de economie ligt op de IC’ riep Maurice opgewonden toen de viroloog die aan het woord was even adem haalde. En toen sloeg het op mij over, de schrik, de panische angst. In mijn hoofd knipperden gedachten als neonlichten ‘we gaan er allemaal naar de kloten, dit moet stoppen!’

De volgende dag was ik weer tot rust gekomen. Toch hadden de emoties van Maurice een kras achtergelaten. Is onze intelligente lockdown (een dwangbuis voor degene die deze formulering heeft verzonnen!) wel zo goed? Weegt het nu redden van tienduizenden veelal oudere levens wel op tegen het leed dat miljoenen voor jaren wordt aangedaan? Een ingewikkelde afweging die elk land moet maken en waarin we zullen zien welke waardes en belangen werkelijk prevaleren in samenlevingen.

Trump en de president van Brazilië zijn hier al een tijd mee bezig. Voor hen staat al lang vast dat de economie voorrang heeft boven de gezondheid. In Europa zijn we nog niet zo ver maar het broeit. Aan de ene kant de angst voor het lijden en sterven van onszelf en onze dierbaren, aan de andere kant het vooruitzicht van een economische meltdown met jarenlange ongekende gevolgen voor het leven en welzijn van de Europeanen en samenlevingen ver daar buiten.

Welke keuze men ook maakt het zal betekenen dat er grote offers moeten worden gedaan. Ik hoop dat dit gebeurt in een geleidelijk proces waarbij erbarmen, ratio en het streven naar een humane wereld zonder armoede en met gelijke kansen voor iedereen voorop blijft staan. Maar nog veel meer hoop ik dat we ver, heel ver wegblijven van de vochtige ogen van Maurice.

Den Haag, 19 april 2020

ANNOUNCEMENT FROM THE KINGDOM OF DENMARK

Trump wil Groenland kopen. Deense regering lacht hem uit. Trump voelt zich beledigd en zegt staatsbezoek af

PLEASE SHARE

Dear people of the earth,

You may not know us, but we are a Kingdom in the north of Europe. With our neighbours Sweden, Norway and Finland we form Scandinavia. We are a peaceful Kingdom but love our ferocious Viking background. So don’t fuck with us!

In the beginning of September, we had an appointment with a person of great importance. We made all the preparations and we were ready and (not so) willing. Two days ago he announced he wanted to buy an autonomous part of our Kingdom to exploit and destroy the environment and build a golfcourse. Of course, we rejected this idiot’s offer. By doing so we accidently kicked him in the balls (we still have that Vikingblood). Now he is mad and mocking in his rocking chair in The White House and won’t visit us anymore.

That leaves us with a big problem. We have 3000 burgers, 2500 kilograms of French fries and 15 gallons of chocolate milkshake in the refrigerator. Not to mention the Happy Meals we have shipped in for his kids. Vikings do not eat this shit and now we have quite a situation.

So, people would you help us? Do you know a president, prime minister or anyone else with a responsibility for a country? We don’t care, everyone is welcome, as long it’s not a vegetarian.

We have a lot tot offer, a meeting with our Queen (you have to be willing to wear a gasmask, because she is a notorious chain-smoker), a huge amount of food (you’ll never see the likes of that, we promise.) We think the last thing we have to offer is the best, especially for the less important people ( for example the prime-minister of the Kingdom of the Netherland, who mostly has to travel by bike) who never ever will experience this in their career. For them we have a completely VIP trip through the city of Kopenhagen. This includes, armoured limousines for the whole family, snipers on the roof, thousands of security officers on the runways, barricaded streets (that will make Kopenhagen a traffic dissaster and you talk of the town), hundreds of spectators (all of them already have been paid so they will be there.) Unfortunately, they have all been equipped with little American flags, sorry for that.

So if you know somebody who would love to visit us on the 2nd and 3rd of September we strongly suggest to call our prime minister Mette Frederiksen, You can reach Mette between 9.00 – 12.30 and 13.30 – 17.00 on working days only. Her cellphone number is 0045634295530

P.S. she can be breastfeeding her little Vikinggirl. So, if she doesn’t answer, just leave a message and she will call you back asap.

Yours Truly,

THE KINGDOM OF DENMARK

Den Haag, 23 augustus 2019

De Indiër

Kort verhaal mei 2019

Wilfried Raetzel roerde in zijn koffie. Vannacht had hij alweer gedroomd over die dode man. ‘Het kon niet anders’ mompelde Wilfried in gedachten tegen de stem die onlangs in zijn hoofd met hem was gaan praten. Het was een vrouwelijke stem die op een zangerige toon tot hem sprak alsof elke zin deel uitmaakte van een lofzang op het leven.

‘We waren een roedel bloeddorstige hyena’s’. De stem in zijn hoofd humde en Wilfried praatte verder. ‘Ik haatte de banaliteit en het ongeremde geweld van mijn familie. Ik wilde de wereld ontdekken, begrijpen…’

De stem in zijn hoofd viel hem zachtjes in de reden: ‘Je wilde de wereld beheersen, bezitten.’

….liefhebben….’

‘Met geweld?’

‘…. geliefd zijn’

De toon van de stem veranderde: ‘Door te doden en te roven?’

Wilfried zweeg.

‘Ik had geen keuze.’ zei hij even later verongelijkt. ‘Als ik het niet deed hadden zij het wel gedaan’. Hij wist dat dit niet de juiste antwoorden waren. Er waren geen goede antwoorden. De stem drong niet meer aan, ze had haar doel bereikt.

De dode man in de droom was in werkelijkheid Wilfrieds eerste schuldenaar geweest. Maandelijks haalde hij de aflossing met de gebruikelijke woekerrente bij hem op. Hij praatte dan uren met de man. Hij hield van die gesprekken. Voor het eerst in zijn leven kreeg hij aandacht, werd er naar hem geluisterd en zijn ideeën en verlangens niet belachelijk gemaakt. Zo nu en dan vertelde de man hem een verhaal uit zijn geboorteland India. Op een dag vertelde hij de mythe van de Draak. Wilfried was direct gefascineerd door dit mythische beest dat al sinds mensenheugenis en lang daarvoor door het universum zweefde. De draak had twee koppen, één van het Licht en één van het Duister, die beide streden om de heerschappij. Eens in de zoveel tijd lukte het de een om de kop van de ander van de romp te scheuren en die op te vreten. Die kop groeide in de loop der tijd weer aan, waarna het gevecht weer begon en het lot van de mensheid opnieuw werd bepaald.

Wilfried kon na dit verhaal aan niets anders meer denken. Hij herkende zich in de draak. Ook in hem streed zijn verlangen naar liefde en erkenning met zijn misdadige inborst. De draak had hem in zijn macht en Wilfried leed onder het constante gevecht in zijn hoofd. Dagen en nachten lag hij op zijn bed en keek vol afgrijzen naar de twee happende koppen. Soms, diep in de nacht, voelde hij de draak langs zijn lijf glijden en met zijn scherpe schubben zijn huid opscheuren. Tot hij op een ochtend zwetend wakker werd en wist dat zijn innerlijke strijd was beslecht. Hij stond op en liep direct naar de winkel van de man. Hij opende deur. Door het rinkelende belletje keek de man op van zijn werk en vroeg vriendelijk wat Wilfried kwam doen. ‘Waarom heb jij mij dat verhaal verteld?’ vroeg Wilfried en keek de man dreigend aan. ‘Wilde je mij gek maken en zo van je schuld afkomen?’

‘Ach jongen’ zei de man, ‘dat was toch maar een verhaal en legde zijn arm op zijn schouder.’ Wilfried zag de man niet meer. Hij keek recht in de ogen van een van de koppen van draak. ‘Jij bent de draak’ schreeuwde hij, rukte zich los en deinsde terug. Zijn hand trilde van angst toen hij de schaar die op de tafel lag pakte en hals van de kop die hem aanstaarde doorboorde. Ergens in de verte hoorde hij het gekrijs van een man maar die werkelijkheid drong niet tot hem door. Wilfried proefde de bloedspatten op zijn lippen en voelde voor het voor het eerst de woede en opwinding die hij hierna nog vaak zou ervaren. ‘Hak hem af’ beval de andere kop en hij hakte wild in op de kop die hij zojuist had doorboord. Toen werd het stil en Wilfried zag de man lag op de grond liggen. Bloed sijpelde uit vele wonden. Wilfried verstijfde toen hij de bebloede schaar in zijn handen zag. Huilend boog hij zich over de man en probeerde in paniek de bloedingen te stelpen, maar zijn handen waren te klein en de verwondingen te veel, te groot, te diep.

Met deze brute moord verloor hij niet alleen zijn naam, men noemde hem voortaan ‘de Indiër’, maar verbande hij ook zijn verlangen naar liefde en erkenning voor wie hij werkelijk wilde zijn uit zijn leven.

#

Alyan landde precies op tijd. Ze liep door de gate en haalde haar koffers van de band. In de verte zag zij Wilfried staan en ze voelde een steek in haar onderbuik. Ze liep op hem af en begroette hem hartelijk, warm en gulzig. Ze voelde zijn gespannen spieren onder zijn witte linnen overhemd. Altijd spanning dacht ze, altijd op z’n hoede.

‘Goede reis gehad?’ vroeg Wilfried en boog zich om haar koffers te pakken. ‘Jezus, wat zijn die zwaar.’ grapte hij. ‘Heb je de hele Kasjmir meegenomen?’.

‘Ondeugenderd’ antwoordde ze uitdagend en kneep hem zachtjes in zijn wang.

Die avond gingen ze vroeg naar bed. Wilfried lag op zijn zij en keek naar zijn slapende geliefde. Als goedheid een vorm heeft dan ziet het er zo uit dacht hij. Sinds hij haar kende leek alles anders te zijn. Liever en lichter. Door haar begon hij voor het eerst in zijn leven erin te geloven dat ook hij kon liefhebben en een goed mens kon zijn.

In zijn slaap hoorde hij de vrouwenstem weer. ‘Die kleermaker, waarom moest die dood? Wat had hij jou aangedaan? Wilfried kreunde. ‘Was het zijn goedheid, beschaving, verfijning?’ Dat wilde jij toch ook? Waarom hem dan vermoorden? Was je jaloers? Als gloeiende kanonskogels vuurde ze haar vragen op hem af.

De stem zweeg om Wilfried de gelegenheid te geven om te antwoorden. Maar het bleef stil.

‘Je was bang hé, Wilfried. Doodsbang om die ellendige cyclus van geweld en platvloersheid te doorbreken. Te laf om de man te zijn die de Raetzels daadwerkelijk uit de giftige zwaveldampen van de onderwereld zou bevrijden. Te beducht voor de spotternij van je duivelse familie. Die razernij om waar je zo naar verlangende maar niet durfde, die laffe woede, dat is de arme kleermaker fataal geworden.’

‘Maar hij was de draak.’ schreeuwde hij huilend. In het halfdonker zocht hij naar de troostende lippen van Alyan, die hij niet vond. Hij gooide dekens van zich af en liep de slaapkamer uit op zoek naar zijn geliefde.

Alyan stond in de bakkamer en keek in de spiegel en keek zichzelf in de ogen. ‘Ik moet opschieten’ de woorden joegen door haar hoofd. ‘Opschieten, opschieten’ en opende de enige koffer die zij nog niet had uitgepakt. Alyan pakte het mes uit de koffer, pakte het bij het ivoren heft dat in de vorm van een draak was uitgesneden en draaide het met de scherpe kant naar boven zoals haar broer haar had gezegd toen hij haar het gaf. Ze hoorde Wilfried schreeuwen in de slaapkamer en zag hem de badkamer binnenkomen. Ze liet zich door hem omhelzen, rilde en stak het mes diep in zijn rug. ‘Voor Vijaya Naryan Khoshoo’ fluisterde ze in zijn oor, ‘de kleermaker, mijn vader.’ Wilfried duwde haar van zich af, wankelde en viel voorover op de grond. In zijn hoofd hoorde hij de hysterische lach van de vrouwenstem langzaam wegebben.

De draak dreef weg. Uit het gat waar een van de koppen had gezeten lekte een lichtgevende vloeistof die het universum even in een oogverblind licht zette.

Bronnen: Het idee van de mythe van de Tweekoppige Draak komt van de oorspronkelijk beschrijving van deze mythe in Salman Rushdies roman ‘Shalimar de Clown’.

Den Haag, april 2019, deels herschreven mei 2019

Onverdraaglijk draagbaar maken

Kinderen, ze waren weer niet op de leukste manier in het nieuws. Neem bijvoorbeeld de guitige kereltjes die met hun trainer in een grot vast kwamen te zitten. Wat hebben we met ze meegeleefd. Maar in welk land speelde zich dit toch af? Was dat niet…….ja dat land waar jaarlijks duizenden kinderen (al dan niet door hun eigen ouders) te koop worden gezet om de perverse behoeften van dikke zweterige westerlingen te bevredigen. Gek toch? 15 Voetballertjes die zo te zien van gegoede huizen komen, zijn wereldnieuws. Over duizenden geknakte leventjes in de sloppenwijken hoor je nooit wat. Geen ex- seal die zich voor hen opoffert. Niemand die zich om hun lot bekommert, op een enkele verdwaalde idealistische katholieke priester na en natuurlijk de NGO’s zolang dat nog past in hun strategische keuzes.

Er gebeurt meer op het kinderterrein. Zo worden er om de haverklap Palestijnse pubers doodgeschoten. Die komen dan te dicht bij de grens met hun erfvijand, gooien er brandende dingen overheen en worden vervolgens neergeknald door iets oudere Israëlische dienstplichtigen. Zijn er geen andere methodes? Nee, zegt de Israëlische generaal, want zij gooien granaten en laten brandende vliegers op. Dat is een gevaar voor onze kinderen en wijst naar de vlak aan de grens gevestigde kibboets. Maar hoe zit het dan met de Palestijnen? Zijn er in Gaza geen ouders die hun kinderen verbieden om er naartoe te gaan. Heeft het Hamasgezag geen politie die de onbezonnen jeugd bij het hek weghoudt? Natuurlijk hebben ze die. Maar hij is gestorven als martelaar van het volk zeggen de ouders over hun omgekomen zoon. Een publicitaire atoombom dat kleine grut denkt de geharde Hamas commandant, terwijl hij de moeder zacht troostend over haar hoofd aait en vader een jaar aan voedselbonnen geeft.

Ook in ons land zijn we gek op het redden van kindertjes. Wie heeft niet mee geschreeuwd met het ‘legendarische’ lied ‘Wat zou je doen’ dat al even ‘onvergetelijk’ werd vertolkt door de ‘onwaarschijnlijke’ combinatie van Marco Borsato en Ali B. ‘War Child’ riep iedereen en keek ontroerd naar de beelden van de onschuldig ogende kindsoldaten die in hun jonge leventjes al zo veel gruwelijks hadden moeten uitvoeren en ondergaan. De marketingmachine van War Child draaide overuren en zo ook de afdeling donaties. Mooi hoe een klein land toch groot kan zijn!

Maar toen hadden we nog niet van IS gehoord. Het sadistische psychopatenleger van Allah. De oranje overals, de onthoofde lichamen en kooien met brandende soldaten. Veel gruwelijker hadden we het nog niet gezien. Bij IS zitten kinderen met de Nederlandse nationaliteit. Deze keer geen gelikte marketingmachine, geen Marco en Ali die de longen uit het lijf zingen voor deze kinderen en zeker geen donaties. Nee, deze kinderen zitten samen met hun psychopathische IS moeders ver weg in opvangkampen. Vader is waarschijnlijk al lang dood of zit nog ergens in de grotten van Tora Bora zijn salah op te dreunen. Ondanks het feit dat deze kinderen niet minder hebben geleden dan de War Child doelgroep, willen we ze hier niet. Plotseling is dit mooie land niet meer zo groots. Angstig worden de luiken dichtgegooid en laat de premier weten dat hij deze kinderen aldaar zal laten verrotten in de woestijnzon en vergiftigen door een fascistoïde, morbide, apocalyptische ideologie die hen zal veranderen in gevoelloze, gewelddadige sadisten.

Het ene kind is het andere niet. Ben je het ‘ene kind’ dan word je liefdevol opgepakt, gekoesterd, voor je gebeden en intens met je meegeleefd. Ben je het ‘andere kind’, dan zal niemand zich over je bekommeren. Dan is het lijden eindeloos en zal je vroegtijdig sterven aan honger, criminaliteit, ongeschikte ouders of simpelweg aan dat je de ellende en het lijden niet meer aankunt. 22.000 Kinderen treft dagelijks dit lot. Dat is een onverdraaglijke realiteit. Misschien moeten we daarom maar blij zijn dat er van die ‘ene kinderen’ zijn. Kinderen die een gezicht hebben waarmee we ons kunnen identificeren en die praktische problemen hebben waardoor we wat voor hen kunnen betekenen. Op die momenten wordt het onverdraaglijke toch nog even dragelijk.

Erichem, 1 augustus 2018

#Metoo

Sinds het tragische leven van Marilyn Monroe is al bekend dat er voor vrouwen in Hollywood maar weinig anders opzit dan machtige mannen te plezieren om hogerop te komen. Het zal niet voor iedereen gelden maar als ik zie hoe #metoo zich ontwikkelt, moet het toch een wijdverbreid fenomeen zijn geweest dat niet alleen de dames met een iets mindere strakke seksuele moraal heeft getroffen. Het blijft niet beperkt tot Hollywood, ook in de politiek, wat we na Clinton, Lubbers en Trump toch ook al wisten, schijnen machtige mannen jonge vrouwen misbruikt en vernederd te hebben.

De #metoo beweging is een uitstekende manier om dit brute machtsmisbruik aan de orde te stellen. Echter in #metoo zit ook een paradox. #Metoo is door het succes een machtsmiddel geworden. Mannen worden onder het mom van deze hashtag met ongetoetste, soms decennia oude herinneringen beschuldigd en daarna direct publiekelijk beroofd van hun integriteit, loopbaan en inkomsten. Een ordentelijke rechtsgang of enkel maar de mogelijkheid tot wederhoor is er niet. Geen context, geen waarheidsvinding. Daarmee is #metoo even destructief en onmenselijk geworden als het onrecht dat men hiermee aan de kaak wilde stellen.

Dit is ook niet vreemd. #Metoo is onderdeel van een strijd voor gelijke rechten voor vrouwen en mannen die al jaren wordt gevoerd en heeft nooit de pretentie gehad om een rechtvaardige en humane beweging te zijn. #Metoo is geboren uit boosheid om de jarenlange achterstelling en vernedering van vrouwen, dat zich vooral in seksueel wangedrag manifesteerde. Daarom is #metoo op dit moment niet meer en niet minder dan een fenomenaal wapen dat door iedere enigszins bekende vrouw kan worden ingezet voor maar één exclusief doel: het breken van de macht van de witte man.

Slecht is dat niet, het prima dat misstanden worden bestreden. Het is ook onvermijdelijk dat vrouwen die het op alle fronten nu eenmaal beter doen dan mannen eindelijk de touwtjes in handen krijgen. Dit is tevens een ongekende verandering in de machtsverdeling in de (westerse) wereld. De geschiedenis leert dat macht nooit zo maar verschuift, dit gaat veelal gepaard met geweld, onrecht en elimineren van de oude machthebbers. Onschuldigen bestaan niet in deze strijd, eens een witte man, altijd een witte man!

De beweging waar #Metoo uit voort is gekomen zal nog even blijven bestaan totdat alle monsters zijn verdreven en er een nieuwe balans in de machtsverdeling tussen mannen en vrouwen is bereikt. Dan zal ook blijken of machtsmisbruik en seksuele uitbuiting exclusief wit-mannelijk zijn of dat het gewoon gedrag is dat hoort bij mannen én vrouwen die gecorrumpeerd door de macht lijden aan zelfoverschatting, grenzeloosheid en minachting voor de gevoelens en behoeftes van de ander.

Erichem, 19 januari 2018

Gutmensch denk Links!

Vrijdagavond was het weer zo ver, ophef! Deze keer ging het om Albert Heijn die in zijn opleidingsmodule klantprofielen gebruikt die de toets van het intersectionele slachtofferdenken niet kunnen doorstaan. Een weekendhulpje had het gemeld aan de NOS en die waren er direct opgedoken. Om het nog een extra malafide tintje te geven werd het niesje van achter gefilmd toen zij haar schokkende ontdekking aan ons openbaarde.

Wat was het geval, AH had een donkere vrouw met kind en kroeshaar geprofileerd als zijnde van de categorie die in de winkel niet verder zou komen dan het budgetassortiment. ‘Stigmatiserend’ schreeuwde het College van de Rechten van de Mens. Dat is op zich opvallend daar het College normaal gesproken maanden over haar uitspraken doet, maar nu wisten zij het gelijk al. Aan het eind van de reportage kwam de aap uit de mouw. Profileren is een gangbare methode binnen de marketing. Die profielen komen niet uit de lucht vallen. Als je iets aan de jongens en meisjes van dit obscure vakgebied kan overlaten, dan is het wel het opstellen van waarheidsgetrouwe klantprofielen. Niet gehinderd door enig politieke correctheid turven zij gewoon wie wanneer wat koopt. De profilering van AH is dus gebaseerd op feiten, niks stigmatiserend, maar gewoon zoals het is.

De cijfers van het CBS bevestigen dit klantprofiel. In 2015 moest een op de tien huishoudens rondkomen van een laag inkomen (maximaal € 1.020 euro per maand voor een alleenstaande en € 1.920 euro voor een gezin met twee kinderen). Dat komt neer op 734.000 huishoudens, met 323 duizend minderjarige kinderen. Het merendeel van die huishoudens is van Turkse 25,1%, Marokkaanse 31,6%, Antilliaanse 26,7% of niet-westerse herkomst 27,9%. (Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, 2017).

In plaats zich druk te maken dat de wereld er nu eenmaal niet zo uitziet als zij graag zouden willen, zouden gutmenschen als dit meisje zich eens moeten afvragen hoe het komt dat nu juist deze categorie altijd moet bukken om iets uit de schappen bij de AH te halen. En dan vormen zij nog niet eens de onderkant van de samenleving. Een onderkant die de AH nooit van binnen ziet en waar laagopgeleide arbeiders werken voor een habbekrats, dat nauwelijks toereikend is om hun gezin van te onderhouden en voor wie alle baan- (en inkomens-) zekerheid is weggesaneerd door de wet Flexibiliteit en Zekerheid. Vergeet daarbij niet de bijstandsgerechtigden die een uitkering ontvangen die nog steeds 10% onder het niveau van de jaren 80 ligt, waarvan sommigen ondanks de goede bedoeling levenslang afhankelijk blijven. Deze categorie vind je alleen terug in de klantprofielen van de voedselbank.

Bovenstaande is het gevolg van het beleid van regeringen waar links deel van uit maakte. Links dat zich de afgelopen jaren vooral druk heeft gemaakt over de vermeende achterstandspositie van de meest uiteenlopende groepen in de samenleving en daarmee hun kerntaak is vergeten: het te vuur en te zwaard verdedigen van de Sociaal Democratie. Een Sociaal Democratie die staat voor een evenredige welvaartsverdeling, een verzorgingsstaat die een vangnet biedt voor de zwakkeren en het voor iedereen creëren van mogelijkheden om zich te ontwikkelen en het daardoor beter te krijgen.


Den Haag, 14 januari 2018