Schrijverschap

‘The future is getting smaller and the past is getting bigger.’ Aldus Martin Amis in een interview van 8 jaar geleden. Fascinerende figuur en net dood. Een schrijver met een levensstijl die je nu amper meer tegenkomt. Non-conformistisch, extreem, hyperseksueel en vooral veel drank en drugs. Een leven waar ik van droomde maar gelukkig niet heb geleefd.

Ik heb één boek van hem gelezen: ‘Geld, afscheidsbrief van een zelfmoordenaar.’ Ik kan mij nog herinneren dat ik er geen reet van snapte en het vooral heel veel ging over seks met geile vrouwen in bordelen. Ik heb het in 1992 gelezen, toen was ik 29. Ik weet dat ik verbaasd was omdat zijn vader Kingsley Amis was. Ik zag hem toen als representant van de deftige Engels literatuur. Little did I know, die man was ook een dronkenlap en vrouwenverslinder. Ik denk dat ik ‘Geld’ nog een keer ga herlezen. Misschien dat een bijna 60-jarige er nu meer in herkent.

Maar wat een verschil met al de huidige deugneuzen die sensitivity readers (moeten) toelaten en elk woord dat het rechtsvaardigheidsgevoel van een luidruchtig groepje intersectionele warroirs verstoort moet verwijderen. Helaas is het wel deze kleine groep die nog boeken leest. Deze generatie gaat zeker geen Martin Amis voortbrengen en zal het moeten doen met de Rutger Bregmannen. Trouwens we hebben er nog één en dat is Michel Houellebecq. Alhoewel, heeft zijn renommee met zijn deelname aan een pornofilm, en daar later spijt van krijgen, ook wel iets van z’n glans verloren.

Toch heeft de openingszin van dit stukje mij wel gegrepen. Ook voor mij geldt dat ik meer heb om te herinneren dan om nog te realiseren. Afgezien van het persoonlijke streven naar geluk en innerlijke rust dat universeel is in elke levensfase, heb ik nog één hartstochtelijk gekoesterde wens: schrijven.

Ik heb al meerdere pogingen gedaan maar tot een doorbraak is het nog niet gekomen. Dit heeft te maken met mijn drang tot perfectie (het moet gelijk goed zijn), de twijfel of ik het wel kan en het ongeduld om de tijd te nemen om iets te ontwikkelen. Dit vergt enige toelichting. Ik heb in mijn werk een ontwikkeling doorgemaakt. Die ging eigenlijk vanzelf. Ik deed dat werk, ik ging mee met de flow en ik heb ook talent. Niet onbelangrijk, is heb altijd geweten dat ik iets anders, iets bijzonders kan brengen in mijn vakgebied. Dat werd niet overal bevestigd. Dan voelde ik mij onbegrepen maar twijfelde niet aan de juistheid van mijn opvattingen.

Met schrijven is dat anders. Door een oorzaak die ik nog niet helemaal kan thuisbrengen heb ik met schrijven veel meer last van kritiek en laat ik mij snel uit het lood slaan waarna ik lange tijd niet meer schrijf.

Ik heb er onderzoek naar gedaan en het blijkt dat veel schrijvers dergelijke tere zieltjes hebben. Heel anders is dat bij podiumartiesten. Ik luister veel naar de podcast van Theo Maassen (Ervaring voor Beginners) waarin hij artiesten en kunstenaar één uur laat vertellen hoe zij zich hebben ontwikkeld tot wat zij nu zijn. Centraal staat daarin hoe ze om gaan met kritiek, hun mislukte projecten en waar ze de inspiratie vandaan halen. De rode draad in het verhaal is: hard werken, vaak uithuilen en opnieuw beginnen en – ja het moet er wel zijn – talent hebben. Hoe hard je ook werkt en probeert, zonder talent ga je nergens goed in worden. De grote vraag is dan wel, wat is talent? Daar komen ze tot nu toe nog niet helemaal uit, maar ik heb ook nog maar 8 van de 35 podcasts geluisterd.

Er zullen ongetwijfeld bibliotheken vol geschreven zijn over talent. Die heb ik niet gelezen. Ik weet alleen dat ik talent heb voor het werk dat ik doe. Dat weet ik omdat ik er goed in ben maar er is meer. Ik heb nooit moeite hoeven te doen om het te leren. Ik kwam op het hbo en vanaf dag één had ik het door. Er werd gesproken over processen en ik zag de lijntjes in m’n hoofd lopen. Ik wist en weet nog steeds intuïtief gelijk of iets goed is of niet. Dat is volgens mij talent.

Met schrijven heb ik dat een stuk minder. Soms denk ik echt dat iets heel goed is maar dan denkt de omgeving er anders over. Wat dan ontbreekt – en ik in mijn werk wel doe – is dat ik gewoon doorga. Als schrijver trek ik mij terug omdat ik de rotsvaste overtuiging dat het goed is nog niet mij verankerd is. De vraag die dat oproept: is dat een ontwikkelingsvraag waaraan hard gewerkt moet worden of is het een signaal om ermee te stoppen omdat het talent ontbreekt.

Deze vraag beantwoord ik geregeld. Het antwoord is altijd afhankelijk van mijn laatste werkje en de reactie daarop. Daarmee is het beantwoorden van dit soort vragen zinloos. Het willen schrijven komt steeds weer terug en heb ook constant verhalen in mijn hoofd. Al zou het talent er niet zijn, dan zijn de fantasie en het verlangen er zeker wel.  Dat moet toch voldoende zijn om een bescheiden oeuvre op te bouwen?

Om terug te komen op Martin Amis, zijn quote past op het grootste deel van mijn leven, alleen voor het schrijven is het precies omgekeerd. Daarvoor is de toekomst nog oneindig groot.

Den Haag 29 mei 2023

Plaats een reactie