
Al zappend door de ledigheid van een zaterdagavond in lockdown stuitte ik rond elven op het pokdalige gezicht van Maurice de Hond in de talkshow Op1. ‘Nederland wordt voor niets kapot gemaakt’ zei hij met hetzelfde fanatisme als waarmee hij eerder het leven van een klusjesman verwoestte, gezonde scholen met z’n iPad om zeep hielp en last but not least steevast de verkeerde winnaar van de verkiezingen voorspelde. Waarom hij dit zei wist ik niet, ik viel pas in toen hij met deze conclusie zijn betoog afrondde. Een trilling in zijn stem en zijn vochtige ogen verraadden zijn gemoedstoestand. Niet eerder had ik ons nationale dwaallicht zo gezien. Zelfs niet toen bleek dat ondanks zijn rotsvaste overtuiging in het geopende graf van de weduwe Wittenberg de schroevendraaier van de klusjesman toch niet uit haar schedel stak.
‘Niet alleen de patiënten, ook de economie ligt op de IC’ riep Maurice opgewonden toen de viroloog die aan het woord was even adem haalde. En toen sloeg het op mij over, de schrik, de panische angst. In mijn hoofd knipperden gedachten als neonlichten ‘we gaan er allemaal naar de kloten, dit moet stoppen!’
De volgende dag was ik weer tot rust gekomen. Toch hadden de emoties van Maurice een kras achtergelaten. Is onze intelligente lockdown (een dwangbuis voor degene die deze formulering heeft verzonnen!) wel zo goed? Weegt het nu redden van tienduizenden veelal oudere levens wel op tegen het leed dat miljoenen voor jaren wordt aangedaan? Een ingewikkelde afweging die elk land moet maken en waarin we zullen zien welke waardes en belangen werkelijk prevaleren in samenlevingen.
Trump en de president van Brazilië zijn hier al een tijd mee bezig. Voor hen staat al lang vast dat de economie voorrang heeft boven de gezondheid. In Europa zijn we nog niet zo ver maar het broeit. Aan de ene kant de angst voor het lijden en sterven van onszelf en onze dierbaren, aan de andere kant het vooruitzicht van een economische meltdown met jarenlange ongekende gevolgen voor het leven en welzijn van de Europeanen en samenlevingen ver daar buiten.
Welke keuze men ook maakt het zal betekenen dat er grote offers moeten worden gedaan. Ik hoop dat dit gebeurt in een geleidelijk proces waarbij erbarmen, ratio en het streven naar een humane wereld zonder armoede en met gelijke kansen voor iedereen voorop blijft staan. Maar nog veel meer hoop ik dat we ver, heel ver wegblijven van de vochtige ogen van Maurice.
Den Haag, 19 april 2020