
Vorige week zaterdagochtend sloegen de vlammen uit een kerkje in Kuttekoven, een plaatsje in België een paar kilometer van de grens met Nederland. Vreemd genoeg was de kerk aangestoken door leden van de geloofsgemeenschap uit dit plaatsje met deze ludieke naam. De aanleiding voor deze vurige daad was gelegen in het kruisbeeld dat er onlangs was opgehangen. In dit beeld was een cruciale figuur die normaal gesproken het lijdende voorwerp is in dit soort uitingen, vervangen door een dode koe. Dit ging sommige gelovigen te ver en na enkele mislukte pogingen tot inbraak dacht men: ’dan maar de fik erin’. De kunstenaar die dit beeld had ontworpen had nog gezegd dat hij het christendom niet belachelijk wilde maken en de dode koe erin was geplaatst als protest tegen de wijze waarop wij met dieren omgaan. Eigenlijk wilde hij met zijn beeld vormgeven aan de gedachte dat het lijden van christus en dat van de dieren elkaar niet zo veel ontloopt. Overigens gaat die vlieger niet helemaal op want daar waar het dier meestal na een paar dagen in stukjes op het bord verschijnt, herrees christus vrij snel na zijn lijdensweg om eerst zijn discipelen de stuipen op het lijf te jagen en daarna zijn plek in de eeuwigheid op te eisen. Maar goed, een kniesoor die daarop let.
Diezelfde ochtend stond een paar honderd kilometer verderop ergens in de buurt van Joure een stel mannen op de snelweg. Ook zij waren verontwaardigd en hadden besloten dat er wat recht te zetten was. Hun doelwitten waren de anti-zwartepietdemonstranten op weg naar Dokkum. Achteraf zouden deze vlerken verklaren dat zij ‘die gekkigheid uit de Randstand hier niet wilde hebben’. Ik ken de Friese ziel een beetje en heb er wel enige sympathie voor. Laten we eerlijk zijn, ze hebben in Dokkum ook nog wel wat goed te maken als het over bisschoppen gaat. ‘Gekkigheid uit de Randstad’ tegenhouden ligt sowieso gevoelig bij deze ooit woeste maar al eeuwen getemde krijgers uit het Noorden. In1520 stierf Grutte Pier, de laatste Fries die daar nog enigszins succesvol was. Daarna is het nooit meer wat geworden.
Beide incidenten lijken op elkaar. Er was toestemming van het bevoegd gezag om de mening te uiten, anderen die aanstoot namen aan die mening verhinderden dat, het bevoegd gezag keek toe en vergoelijkte dat met smoezen als ‘onwetendheid’ en ‘de openbare orde’. Vooral de lankmoedige houding van de gezagsdragers is kwalijk, daarmee hebben zij aan gezag ingeboet en de rechtsstaat verzwakt. Een rechtstaat die anders dan de op de woeste golven van empathie en verontwaardiging deinende publieke opinie, uitgaat van rationaliteit en een rechtstraditie met daarin eenduidige toegepaste waarden en normen.
Dat het is gelukt om te verhinderen dat lieden koeien in een kerk aan het kruis hangen of met hun mening een kinderfeest verstoren is een pyrrusoverwinning. Daar zijn er al meer van geweest. Neem bijvoorbeeld het gedreutel van de autoriteiten bij de gewelddadige protesten tegen de opvang van vluchtelingen in sommige dorpen. Elke keer als de rechtsstaat het onderspit delft in die confrontaties met de mestvorken en hooiharken van het gepeupel, verliest deze kracht en zijn dienaren gezag. Dat is een slechte zaak want uiteindelijk heeft iedereen baat bij een goed functionerende rechtstaat. Door die te beschadigen, ook al is dat voor een ogenschijnlijk goede zaak, verzwakken we één van de belangrijkste pijlers die onze samenleving tot een beschaafde maakt.
Erichem, 27 november 2017