Uniciteit

Een nieuw project ‘menselijke waardigheid’. Een actueel thema lijkt mij. Vragen als: wat is het, waar komt het vandaan, zitten er grenzen aan en vooral wat kan je ermee, (anders dan anderen er mee om de oren te slaan met ‘dat zij dat niet hebben’) staan centraal. Ondersteund door de onontbeerlijke intellectuele input van mijn goede vriend en filosoof Auke van Dijk probeer ik antwoorden te vinden op die vragen. Dit is het eerste inleidende artikel. Voor wie erin geïnteresseerd is en wil meedenken…

In den beginne….

In den beginne was er niets. Okay, bijna niets. Er was volgens sommigen een God, volgens anderen een gloeiende tennisbal. God besloot op een dag dat hij de duisternis zat was en creëerde het licht en het hele heelal. Wat er in het balletje is omgegaan weet iemand en explodeerde op een gegeven moment. De godvrezenden geloven dat God het ordenend principe is in de ontwikkeling van ‘wat is’, de balletjesmensen geloven dat de natuurkrachten het universum op grond van een tot nu toe onbegrijpelijke logica hebben gevormd tot wat het is. De vraag wie of wat de oorzaak en het leidende principe is zal nooit leiden tot een universele waarheid, maar voor dit verhaal doet mijn antwoord op die vraag er toe. Om het kort te houden, ik ben een balletjesmens.

Dit balletjesmens is geboren op 5 september 1963. Op de dag waarop ik ben geboren zijn er 185.000 baby’s geboren (het gemiddelde aantal geboortes per dag). Aangezien Ik rond 10 uur ben geboren – alle tweelingen en het feit het aantal geboortes per uur geen vaststaand gegeven is even daargelaten – moet ik tussen de 76.000 en 79.000ste baby van die dag zijn geweest. Al deze nieuwgeborenen hebben twee dingen gemeen, ze ervaren de wereld allemaal anders en handelen vanuit het beginsel dat de wereld die ze ervaren ook de echte is. Daaruit concluderen al deze mensen dat zij uniek zijn. Deze uniciteit is niet van alle tijden. In de Verlichting deed deze opvatting voor het eerst opgeld en pas veel later is dit gemeengoed geworden en vastgelegd in de Rechten van de Mens. Met de in de 20ste eeuw opkomende consumptiemaatschappij hebben vooral de afdelingen Marketing en PR handig op dit mensbeeld ingespeeld door de uniciteit van de mens als instrument te gebruiken om zo veel mogelijk massaproducten aan zich uniek achtende mensen te verkopen, maar dit terzijde.

Allemaal hetzelfde….

Uniciteit, wat is dat eigenlijk? Ik zal een poging doen dat te verklaren. Stel een beschaving ver van ons verwijderd heeft wat vage tekens van intelligent leven opgevangen en zijn in hun zoektocht naar de herkomst daarvan op onze blauwe planeet gestuit. Na hun ruimteschip in een stationaire baan om onze aarde te hebben geplaatst, daalt een verkenningsteam af. Hun glimmende pakken gloeien als vuurvliegjes wanneer zij de dampkring doorboren en er klinkt een zachte plof als zij het lichaamsdeel dat hen draagt op de aarde zetten. Als deze vreemdelingen een beetje slim zijn (en dat zullen zeker zijn als je bedenkt dat zij een afstand van miljoenen lichtjaren hebben moeten afleggen om ons te bereiken) landen zij op een plek waar ze niet snel ontdekt zullen worden. Voor het gemak gaan we er vanuit dat zij besloten hebben om op Halloween in een metropool te landen. Overweldigd zullen zij zijn door de grote verschijnend aan leven. Wezens met 1 arm, met 2 hoofden, zonder hoofd en ga zo maar door. In hun oneindige reis waren ze dat nog niet tegengekomen.

Tot de volgende dag, dan is alle verscheidenheid verdwenen en blijken alle wezens die zij toen zagen 2 armen, 1 hoofd, 2 benen en 10 vingers en tenen te hebben. Ook het inwendige blijkt hetzelfde te zijn bemerkten zij nadat zij enkele wezens hadden gevangen en ontleed. Zij concludeerden dan ook dat deze wezens alleen op lengte, breedte en kleur van elkaar verschillen, maar verder gelijk aan elkaar zijn. Teleurgesteld omdat zij zo’n lange reis hadden gemaakt die uiteindelijk leidde tot de ontdekking van een volk van duplicaten vertrokken zij weer en verwijderden de aarde voorgoed uit hun trans-galactische reisgids. Waren zij iets langer gebleven dan hadden zij achter de eenvormige uiterlijke verschijning van de mensheid een oneindige variëteit kunnen zien.

Overigens is door de statisticus Peter Grunwald berekend dat er tot nu toe 107,5 miljard mensen zijn geboren. De vraag is hoe dit zich verhoudt tot de uniciteit van de mens. Kan het zo zijn dat er ondertussen ergens een exacte kopie van mens nummer 10.000 rondloopt? Voor de uniciteit van de mens maakt het antwoord niet veel uit. Mens nummers 10.000 is allang vergaan en geen heeft geen enkele herinnering achter gelaten.

….en toch uniek

Als onderdeel van de mensheid zijn wij gewend om de verschillen waar te nemen. Zoals hierboven beschreven, als je niet behoort tot de mensheid zal je de verschillen amper zien. Toch acht ieder mens zich uniek en is dit een belangrijke pijler geworden onder het bouwwerk van de Menselijke Waardigheid.

Ieder mens wordt geboren met beperkte mogelijkheden. Hoewel er heel veel mogelijkheden zijn, zijn deze niet oneindig. De grens van de fysieke en mentale mogelijkheden van een mens wordt bepaald door de genetische aanleg ofwel de genen. Dit lijkt een statisch proces maar dat is het in de praktijk niet. Het feit dat genen ‘aangaan’ of ‘uitgaan’ is mede afhankelijk van de omgeving waarin de mens zich bevindt. Dit proces speelt zich al af voor de geboorte, moeders met veel stress of een ongezonde levensstijl zijn bepalend voor de mogelijkheden van hun kinderen. Volgens sommigen gaat dit nog verder terug, de toestand of omgeving van de ouders ten tijde van de conceptie is bepalend voor de kwaliteit van hun zaad— en eicellen (dus hun genen) en daarmee een belangrijke factor voor de mogelijkheden van het kind. Naast deze genetische variaties zijn er nog ontelbare factoren die invloed hebben op de ontwikkeling van een kind in de baarmoeder. Bijvoorbeeld, een griepje op een specifiek moment van de zwangerschap geeft een verhoogde kans op schizofrenie. Krijgt de aanstaande moeder dit in een later stadium van de zwangerschap dan is het risico nihil.

Gemiddeld na 9 maanden komt de baby met al zijn of haar unieke eigenschappen tevoorschijn. De hardware is gereed, nu nog de content. Die wordt in de eerste jaren bepaald door de ouders en in het bijzonder de moeder. In die periode vinden de eerste confrontaties plaats tussen de binnenwereld van het kind en de buitenwereld. Behoeften komen op in de binnenwereld, worden geuit naar de buitenwereld en de buitenwereld reageert daarop. Daarmee begint ook het proces dat het hele leven doorgaat. Naar mate het kind ouder wordt is het meer instaat om zijn of haar eigen behoeftes te vervullen, maar ieder mensenleven wordt gekenmerkt door vervulde en onvervulde behoeftes. Onvervulde behoeftes worden ervaren als onaangenaam een tekort en dienen vervuld te worden. Vervulde behoeftes zorgen voor en gevoel van stabiliteit en geluk.

In de opvoeding en vooral de eerste jaren waarin het kind volledig afhankelijk is van de ouders en niet in staat is om de eigen behoefte te vervullen wordt de kern gelegd voor een gelukkig of ongelukkig leven. Worden de behoeftes van een kind (veiligheid, lichamelijk contact, eten en drinken) vervuld of genegeerd of met straffen en belonen gemanipuleerd dan zal dat een blijvend effect hebben op het kind en later de volwassene. Ook hier blijken uit recent onderzoek de genen een rol te spelen. De hersenen van kinderen die in hun jeugd traumatische ervaringen hebben meegemaakt blijken zich anders te ontwikkelen dan kinderen die dat niet hebben meegemaakt.

Naast de mogelijkheden en de onmogelijkheden waarmee wij geboren worden is wat wij in onze (prille) jeugd meemaken een bepalende factor voor onze uniciteit. Wat wij nastreven en hoe wij dat uiten is in belangrijke mate afhankelijk van wat wij als kind geleerd, ontvangen en gemist hebben.

……uniek en dus een waardevol leven?

Ieder mens is uniek. De Joodse filosofe Hannah Arendt heeft er zelfs een term voor bedacht: ‘nataliteit’, waarmee zij bedoelde: iedere geboorte brengt werkelijk iets nieuws in de wereld. Dat is een mooie gedachte. Echter ‘iets nieuws’ zegt iets over de verschijning maar niet over de waarde van dat nieuwe. Is ieder leven waardevol genoeg om te leven? Stel dat de mensheid ooit het tijdreizen mogelijk maakt. Is het dan gerechtvaardigd dat ik extra gas geef als ik de kleine Adolf Hitler op zijn driewielertje de weg zie oversteken? Mijn 11 jarige zoon antwoordde volmondig ‘nee’ op deze vraag, Zijn redenering was dat je weet nooit kunt weten wat zijn werkelijke waarde is geweest. Hoeveel leed is er vóórkomen door Adolf Hitler? Hoeveel potentiële massamoordenaars zijn er doordat de 2de wereldoorlog uitbrak gedood alvorens zij tot hun waanzinnige daden konden komen. Hoeveel ellendige levens zijn voorkomen doordat de slechte opvoeders nooit tot voorplanting zijn gekomen? Meer dan 40 miljoen, het totale aantal slachtoffer van de 2de wereldoorlog? Weegt dat op tegen de onvoorstelbare verschrikkingen die hij over de wereld heeft uitgestort, de levens die uit zijn naam zijn vernietigd en al het menselijk potentieel dat vernietigd is? Een mooi thema voor een sciencefiction verhaal, maar een onmogelijke vraag om te beantwoorden. Echter deze vraag is wel illustratief voor het vraagstuk over een waardevol leven.

Meer hedendaagse vragen zijn, mag je abortus plegen en daarmee een ontwikkelend uniek wezen vernietigen? Mag je de beademingsmachine uitschakelen bij een comapatiënt? Mag je iemand de doodstraf geven? Kortom allemaal vragen waar één centrale vraag aan ten grondslag ligt ‘wanneer is een leven waardevol?’

Om antwoorden op deze vragen te krijgen is enkel en alleen het feit dat de mens uniek is onvoldoende. Er spelen meer waarden mee. Wat is een waardevol leven en wie bepaalt dit? Daarmee zijn we aanbeland bij de ‘menselijke waardigheid’. Een waardevol leven en de menselijke waardigheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Althans dat vinden we nu. Anders dan de eerder genoemde ontwikkeling van vrucht tot individu wat zich chaotisch maar zich lineair lijkt af te spelen af te spelen, is de ‘menselijke waardigheid’ een begrip dat haar betekenis heeft gekregen door een grillig denkproces dat in de loop de eeuwen een moreel kader heeft opgeleverd, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Menselijke waardigheid, wat is dat? Waar komt het vandaan en hoe verhoud ik mij daartoe? Vragen waarop ik zal proberen in het vervolg van dit schrijfsel de antwoorden te vinden.

Den Haag – Erichem,  6 november 2016 – deels herschreven 18 december 2016

Plaats een reactie