Honderd jaar Ot en Sien

september 2016: de ENMS viert haar 100 jarig bestaan 

De Montessorischool van mijn jongste zoon bestaat honderd jaar. Dat moet gevierd worden. Gedurende een hele week worden festiviteiten georganiseerd om dit feit te herdenken. Er is een feestcommissie geïnstalleerd die een nostalgisch programma in elkaar heeft geknutseld. Een eeuw is lang en het is leuk voor de kinderen dat ze op speelse wijze een idee krijgen over het tijdsgewricht waarin de school is opgericht. Honderd jaar geleden, toen vond in Europa de eerste massaslachting plaats. Honderdduizenden verloren het leven en nog veel meer waren voor het leven lichamelijk en geestelijk gehandicapt. Maar er waren ook opbeurende gebeurtenissen. De bedenker van Tita tovenaar, Lo Hartog van Banda, de schrijver Roald Dahl en cabaretier Toon Hermans zagen in dat jaar het levenslicht. Ook niet geheel onbelangrijk, in 1916 werd het manifest gepubliceerd dat het Dadaïsme een smoel gaf en even later een absurdistische revolutie in de kunst teweegbracht. Met een beetje fantasie zou je daar wat van kunnen maken. Maar nee, de feestcommissie heeft besloten dat het thema voor de feestweek ‘Ot en Sien’ wordt. Beiden kleuters zijn in 1904 bedacht door twee schrijvers, klaarblijkelijk was de thematiek te complex voor het brein van één volwassene. Kort samengevat is het verhaal van Ot en Sien een soort ‘little house on the prairie’, oubollige kitsch dat zich afspeelt in het arme, agrarische en godvrezende Drenthe.

Ik had een heel ander idee. We bouwen de speelplaats om tot een replica van een van de slagvelden van de 1ste wereldoorlog. Verdelen de kinderen in ‘Duitsers’ en ‘Engelsen’, geven ze een nerfgeweer en laten ze de loopgraven bestormen. De jongens met een griezelig uitziend gasmasker, de meisjes in met ketchup besmeurd verpleegstersuniform. Als het gevecht op zijn hoogtepunt is, klapt het blondste meisje van de school in haar handen en dan staat alles stil. De schoolleiding doet dan op het slagveld een sketchje van Toon Hermans. Ik ben er nog niet uit of het die van de ‘hiiiieeer die bal’ wordt of ‘de poelifinario’. Daarna klapt het blondste meisje weer in haar handen en de kinderen vervolgen hun stormloop. Aan het einde krijgt iedereen een chocoladereep. Degene met de gouden wikkel moet de rest van het jaar verkleed als het Grobbekuiken de lessen volgen. Daarna doen we een kringgesprek waarin een en ander in het historisch perspectief wordt geduid. Uitdagend, sluit aan bij hun niveau, spannend en de kinderen krijgen ook nog een historisch besef mee. Ervarend leren noemen we dat. Maria Montessori zou trots op mij zijn. Helaas heeft de feestcommissie mij verzoek tot deelname niet gehonoreerd en heeft zij nooit weet gehad van dit enigszins onconventionele maar sublieme idee…….

…..en dus koos men Ot en Sien. Teleurstellend en fantasieloos maar niet overkomelijk, dacht ik. Totdat ik een mail van school ontving. Alle kinderen worden geacht in de feestweek in Ot en Sien kleding op school te komen. ‘Hoe krijg ik mijn 11 jarige zoon zover dat hij zich in een Ot-en-Sien-pak hijst?’, ‘hoe ziet zo’n pak er uit?’ en ‘waar kan ik dat krijgen?’ worden dan ineens existentiële vraagstukken. Gelukkig is de feestcommissie praktisch ingesteld. Vandaag kregen we een appbericht van een moeder, zij verhuurt Ot en Sien pakken voor 6 euro per week. Ik ben er nog niet achter wat haar relatie tot de feestcommissie is. De school heeft een oplossing gevonden voor weigerachtige leerlingen, die zijn niet welkom gedurende de feestweek.

Uiteindelijk zit er voor hem niets anders op dan als een armentierige agrariër het honderd jarige jubileum van zijn school te vieren. Zijn nerfgeweer hebben we opgeborgen, misschien is dat nog wat voor in de herfstvakantie.

Den Haag, 16 september 2016

Plaats een reactie