De wraak van de goden

Augustus 2016: twee gevallen helden op de Olympische Spelen

Eens in de vier jaar ontwaken de goden uit de vergetelheid en ontmoeten zij elkaar op de berg Olympus. Zij zijn dan voor twee weken weer op de plek waar zij duizenden jaren geleden heersten. Het samenzijn begint met een eenvoudig ritueel. Na de plichtmatige begroetingen buigen zij zich over de vraag: ’wie gaan wij deze keer volgen?’ De keuze was niet moeilijk geweest. Ondanks hun vergeten bestaan hadden zij de pijn van vernedering van hun volk gevoeld. Eén persoon had daar een sleutelrol in gespeeld, de voorzitter van de Eurogroep. Ze gruwden van die slungelige en zuinig kijkende man uit Nederland. Geen van de goden wist iets af dit volkje, maar dit tekort werd snel ingelopen.

In eerste instantie waren zij schuddebuikend over elkaar heen gebuiteld. Dolkomisch vonden ze de verslaggever die aan een wielrenner vroeg hoe hij zijn kansen schatte in Rio. Hij voegde daaraan toe ‘en zeg niet dat verschrikkelijke zinnetje het gaat om het meedoen en niet om het winnen’. Hilarische hoogmoed vonden ze dat. Een land dat met 242 sporters meedoet en gemiddeld 3,5 gouden medailles haalt, doet mee om te winnen.

Er was ook waardering. Een persoonlijke favoriet van Zeus was het interview met Mark Rutte na de openingsceremonie. ‘De mensen kunnen het thuis op de televisie veel beter zien dan ik hier. Je zit er te ver vanaf om echt goed te kunnen zien wat er gebeurt’ vertelde hij enigszins teleurgesteld aan de verslaggever. Om vervolgens opgewonden te vertellen over het overweldigende gevoel dat hij kreeg toen hij de Nederlandse sporters binnen zag komen. Zelden had Zeus in die 3000 jaar een beter voorbeeld gezien van huichelarij. Je bevoorrechte positie veinzen als een opoffering voor de natie. Gelukkig maakte de loutering, die hij ervoer toen de nationale helden het stadion betraden, zijn offerende toch nog zinvol.

Hierna was het wel gedaan met de positieve ervaringen. Ronduit smakeloos vonden zij de reclame waarin de heldentocht van de sporters werd gevolgd. Door de speetjes tussen hun handen die zij uit afschuw voor hun ogen hielden, zagen zij de helden in spe wanneer het hen maar een beetje tegen zat hun moeder bellen. Die moeder sprak de jonge sporter liefdevol en bemoedigend toe waarna de zegetocht werd vervolgd. Elk sterk persoon heeft een sterk persoon naast zich staan was de slogan van de reclame. Een loflied op de moeder. Wat een slapjanussen dachten de goden. Elk sterk persoon heeft minimaal tien sterke personen verslagen, dat was meer in hun lijn. Gelukkig was het einde van de reclame wel weer om te lachen, want die eindigde met de logo’s van Pampers, Ariel en Persil. Ronduit verbijsterd waren ze over het gedrag van de Koning en zijn metgezel. Die stonden als mislukte imitaties van mevrouw en meneer de Bok op dezelfde kinderlijke wijze als hun onderdanen de – over het algemeen verliezende – landgenoten aan te moedigen. Het merendeel van de goden had een te zwakke maag om dit te kunnen verdragen en braakten de zo juist genoten avondspijze luidruchtig uit.

De goden waren onthutst. Hoe heeft dit volk onze trotse Spartanen en verlichte Atheners zo kunnen vernederen? Ze zonnen op wraak en die kregen ze. Nauwkeurig zochten ze twee sporters uit die een grote kans hadden op een medaille en emotioneel instabiel waren. Ze kwamen uit op een wielrenster die de afgelopen jaren op exact dezelfde datum als waarop ze haar koninginnenrit in Rio zou rijden, ernstige blessures had opgelopen. Ook viel hun oog op een turner met een voorliefde voor het liederlijke leven.

En zo geschiedde. De onfortuinlijke wielrenster verdween als een dronken acrobaat in de struiken en de Heer der Ringen verliet daadwerkelijk beschonken het Olympische dorp via de achterdeur. De goden leunden voldaan achterover in hun gouden zetels. Aan de wraak van de goden ontsnapt geen sterveling.

Erichem, 9 augustus 2016

Plaats een reactie