
Juni 2016: na Cruyff, nog een iconische sportheld overleden
Blijk ik er toch weer naast te zitten. Dat heb ik de laatste tijd vaker wanneer er grootheden uit mijn jeugd overlijden. Met David Bowie zat ik nog aardig op een lijn met de necrologieën; geniaal, kameleon, aardige vent. Hoewel, laatst las ik ook berichten dat hij de grootste jatmous uit de popmuziek is geweest. Met Cruijff raakte ik al snel van het padje. Ik dacht altijd, waar Cruijff is, is gedoe en ruzie. Een Amsterdamse bluffer, grote bek, wist het altijd beter, niet mee samen te werken én een geniaal voetballer. Blijkt de beste man toch een enorm warme persoonlijkheid te hebben gehad. Het hart op de goede plek, altijd strijdend tegen de onkunde van de doorsnee voetbalbobo. Kortom een man van het volk. Met dien verstande dat rancune t.o.v. de diversiteit in de samenleving hem vreemd was. Als ik de oeverloze commentaren zou moeten geloven is het ook Cruijff geweest die het Francoregime het laatste zetje richting de vergetelheid heeft gegeven.
Muhammad Ali kende ik als een irritante egotripper, geniaal bokser (voor zo ver ik dat kan beoordelen), radicaal-activist. Waar Ali was, was gedoe. Waarschijnlijk zou Ali in deze tijd tegen Zwarte Piet zijn, de zwarte mens superieur verklaren en elke Mohammedcartoon publiekelijke verscheuren. Het type dat tegenwoordig het ‘beste’ uit de samenleving naar boven brengt. Toch zie ik de afgelopen dagen alleen maar heldenverhalen over hem, hoogwaardigheidsbekleders die hem liefde verklaren en hem goddelijke wijsheid en oneindig intelligente vergezichten toedichten. Maar het meest verward raak ik nog van de personen die eerst schuimbekkend de laatste berichten over het vermeende racisme in de samenleving becommentariëren en vervolgens een liefdevol bericht over Muhammad Ali posten.
Ik vrees met grote vreze voor de volgende die dood gaat. Is bisschop Tutu wel die goedlachse antiapartheidsactivist? Schoot Robbie Rensenbrink in de laatste minuut van de WK finale in Argentinië de bal wel per ongeluk op de paal, of was het een middelvinger naar Freek de Jonge die had opgeroepen het toernooi te boycotten? Was Lubbers eigenlijk een keurige huisvader en bleek Wiegel zich altijd onder de naam van Joris Demmink bij hotels in te schrijven? Ik ga het allemaal onderzoeken. Ik stoot mij geen derde keer aan dezelfde steen.
Erichem, 5 juni 2016